Op Weg: reeks GR-Wandeltips

 

Op Weg 2019-3: GR 573 Water à volonté

met meer aandacht voor wandeletappes Botrange - Pont de Belleheid (16 km) en Pont de Belleheid (22 km)

Op Weg 2018-4: GR 57 Deel 1 Langs de Ourthe naar het dorpje Ourthe

met meer aandacht voor wandeletappes Comblain-la-Tour - Bomal (21 km) en Maboge - Engreux (19,9 km)

Op Weg 2018-3: GR 56 Kriskras door de Oostkantons

met meer aandacht voor wandeletappes Botrange - Malmedy (20,3 km) en Bütgenbach - Malmedy (21,5 km)

Op Weg 2018-2: GR 575/576 Zeg niet Ardennen als je in de Condroz bent

met meer aandacht voor wandeletappes Esneux - Sprimont (22 km) en Les Avins - Barse (15,5 km)

Op Weg 2018-1: GR 563 De altijdgroene Ronde van het Land van Herve

met meer aandacht voor wandeletappes Olne - Herve (20 km) en Eynatten - Moresnet-Chapelle (19 km)

Op Weg 2017-6: GR 571 Valleien en hun legendes

met meer aandacht voor wandeletappes Remouchamps - Stoumont (16 km) en Lierneux - Trou de Bra (19 km)

GR 573 Wandeltip

Brugje over de Statte      Hoge Venen

Op Weg 2019-3: Water à volonté

De Hoge Venen, het dak van België, de waterspons die voortdurend haar water loslaat, dat is waar de 155 km lange GR 573 om draait. Overal borrelt, schuimt, stroomt, kabbelt en klatert het bruine veenwater zich een weg door enkele van de mooiste en wildste rivier- en beekvalleien die ons landje rijk is. We doorlopen het volledige traject en gaan wat dieper in op twee etappes.

Tekst en foto's Luc Verdegem

Langs Vesder en Helle

Aan het stationnetje in Angleur waar de route start, lijken de Hoge Venen nog ver weg. Maar de band is er al wel. GR 573 volgt stroomopwaarts de Vesder die net over de grens in Duitsland ontspringt op het plateau van de Hoge Venen. Vanuit de dichtbevolkte Luikse rand wordt de riviervallei een open museum van de metaal- en de textielindustrieën die er tot midden vorige eeuw grote welstand brachten. Vandaag vallen vooral de enorme herstelkracht van de natuur en de vergane glorie op. Je wandelt over destijds door de zinkfabrieken zwaar verontreinigde gronden, nu natuurgebieden. De door Banneux in de vergetelheid geduwde basiliek van Chèvremont staat eenzaam op zijn heuveltop te verkommeren. Het Fort van Chaudfontaine werd in WO I vernield door een Duitse gelukstreffer. Wat een contrast met de sierlijke smeedijzeren trappengang van het terug in gebruik genomen stationnetje van Chaudfontaine, op doek vereeuwigd door Paul Delvaux. In Trooz herinnert het merkwaardige La Fenderie aan de metaalverwerking die lang voor de opkomst van de textielindustrie de streek kenmerkte. Het ingeslapen Nessonvaux was gekend voor zijn massaal geproduceerde geweerbuksen die het verloop van de Amerikaanse Secessieoorlog beïnvloedden, en voor het automerk Imperia dat tussen beide wereldoorlogen toonaangevend was in Europa. Verviers, de hoofdstad van het water waar machtige textielbaronnen met de industriële revolutie een omwenteling in de textielproductie teweegbrachten, is een bezoek meer dan waard. Net zoals de versterkte stad Limbourg, trots heersend hoog boven een meander van de Vesder, eeuwenlang bevochten, en talloze keren vernield. Na een kennismaking met de befaamde Chemin des Echaliers (dwars door weides) beland je na 55 km in Eupen, hoofdstad van de Duitstalige Gemeenschap en altijd goed voor een gezellig toeristisch intermezzo.
We ruilen de Vesder voor de Helle. Gedaan met de bebouwing. Hier begint de geleidelijke, 20km lange klim door het Hertogenwoud naar het hoogste punt van België. Een niet te missen avontuur.

Het zogenaamde Venster van Theux     De Hoëgne in Pepinster

ETAPPE 1

Botrange - Pont de Belleheid

Op de Hoge Venen regent en sneeuwt het meer en vaker dan in de rest van België. In natte tijden is de veenbodem dan ook maximaal doordrenkt. Op heel wat passages is het ploeteren en zoeken naar de minst natte plekjes om toch maar vooruit te komen. De knuppelpaden maken het stappen iets makkelijker, maar op sommige plaatsen kunnen ze vervaarlijk scheef liggen of glad zijn. Nog net voor de Fagne de Polleûr krijgen we het gevoel dat onze voetstappen naveren, we lopen letterlijk op een waterbed en zien de grond rondom ons mee op en neer golven.
Op de Fagne volgen we het didactisch leerpad. We zien de sporen van de vroegere turfafgravingen. Bijna onmerkbaar sijpelt uit de veenmossen en de graspollen een onooglijk beekje. Naarmate we vorderen groeit het en al vlug kabbelt en bruist de Polleurbeek zich een weg tussen grillige rotsblokken. Een behoorlijk avontuurlijk pad hijst zich op een flank boven de beek en leidt naar de Pont de Béleu. In de schuilhut spreken we de picknick aan. In de winter de ideale plek voor een glühwein.
FranchimonteesHockai is het eerste dorp dat aan de rand van de Hoge Venen terug de beschaving aankondigt. Brede paden wisselen af met smalle bostracks over boomwortels. Voorbij het dorp daalt het pad terug naar de beek. Alleen is die nu veranderd in een heus riviertje dat vanaf hier de Hoëgne genoemd wordt. We betreden de vallei bij de Pont du Centenaire, gebouwd in 1930 naar aanleiding van 100 jaar België.
Wat volgt staat bekend als een van de mooiste en oudste wandelpassages in ons landje. De vallei was al een toeristische topper in de tijd van Leopold II, toen de begoede burgerij zich hier een beeld kwam vormen van hoe een woeste wildernis er kon uitzien. We volgen het GR-traject langs het riviertje dat toch af en toe wel de allures van een bergstroompje krijgt. Het pad loopt over stenen, boomwortels, modder, vlonders, brugjes en trapjes. Tot bij de Pont de Belleheid zijn dit 3,6 onvergetelijke wandelkilometers. Voor de hele etappe staan er 16 op onze teller.

ETAPPE 2

Pont de Belleheid - Polleur

Bij de Pont de Belleheid moeten we kiezen. Owel de hoofdroute volgen naar Pepinster via Polleur en Theux, of opteren voor de variantroute via Spa. Het wordt de hoofdroute. We klimmen de Hoëgnevallei uit om dan door bos verder te trekken. Overal valt op hoe vochtig de omgeving is. Het water lijkt van overal te komen, af en toe een stukje vlonderpad is dan ook geen overbodige luxe. We komen bij de 'dolmen', een kwartsiet megaliet die hier sinds de laatste ijstijd indruk ligt te maken. Vorm, oriëntatie en een vage inscriptie lieten vermoeden dat het een dolmen was, maar de huidige wetenschap spreekt dat tegen. Wie heeft gelijk?
We komen terecht bij een beek die wat verder uitmondt in de Statte. Aan de overkant kijken we uit op de bijna loodrechte wanden van de Bilisserots. Wat een heerlijk wilde omgeving is dit nog. Het pad voert tot boven op de rots Het gaat nog verder omhoog terwijl we mooie uitzichten over Solwaster en de streek krijgen. Wat later steken we een andere beek over, de Sawe. Er staat een picknickbank, ideaal om een eerste keer de mondvoorraad aan te spreken.
Een smalle bosdreef, omgord door hoge pijnbomen, voert naar het boswachtershuis van Gospinal. Tegenover het gebouw staat 'de Zeven Broers', een zomereik van meer dan 300 jaar oud die bestaat uit zeven aaneengegroeide stammen. Een meerstammige eik is een zeldzaamheid en deze is momenteel de grootste in het land. De benaming 'Broers' zou verwijzen naar de bosrechters die vroeger op open plekken in het bos recht spraken, onder meer onder deze eik.
Via het gehucht Charneux en een bijna 360° panoramisch uitzicht over de omgeving daalt het terug naar de Hoëgne en komen we terecht in Polleur. In 1789 werd hier de 'Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger van Franchimont' goedgekeurd onder impuls van Laurent François Dethier, advocaat en burgemeester van Theux. De tekst bevat de basisprincipes van onze moderne democratie, een thema dat actueler is dan ooit. Dethier was een republikein en voorstander van de aansluiting van het Prinsbisdom bij Frankrijk. Zijn leven lang bleef hij trouw aan zijn principes. Hij maakte de aanhechting bij Frankrijk mee, de Nederlandse overheersing en daarna het ontstaan van België waarbij hij in 1830 zelfs lid werd van het Nationaal Congres. Hij nam ontslag toen beslist werd dat België een koninkrijk werd in plaats van een republiek. De man vertegenwoordigt op zijn eentje een totaal onderbelicht aspect van de Belgische geschiedenis.
Nog altijd ruwweg de Hoëgnevallei volgend staan we wat later voor de burchtruïne van Franchimont. De plekt spreekt tot de verbeelding. Op 29 oktober 1468 vertrokken hier 600 Franchimontezen richting Luik om er de 'indringers' Lodewijk XI en Karel de Stoute gevangen te nemen, maar hun vermetel plan mislukte jammerlijk. Luik betaalde er een zware tol voor: massa-executies, verkrachtingen en plunderingen. De stad brandde zeven weken. Een paar eeuwen later was de militaire rol van de burcht uitgespeeld. Sindsdien verbleven er reizigers en voorname gasten die hun heil kwamen zoeken in het nabije kuuroord Spa. Een van hen was tsaar Peter de Grote, toch niet de minste in zijn tijd. Het GR-traject stijgt weer en brengt ons op een open plateau. Beneden in de verte ligt Theux. We hebben 22 km in de benen.

Pont de BelleheidLangs Wayai en nog meer Hoëgne

Van Theux is het nog 6 km stappen tot Pepinster, het eindpunt van de hoofdroute. Onderweg passeer je hoog boven de Hoëgnevallei de grootste kiwibessenplantage in Europa. Maar het zou zonde zijn om de variantroute (36 km) te missen die vanuit Pepinster via Spa terug naar de Pont de Belleheid leidt. Beschouw jezelf als een van de vele bevoorrechte reizigers die vanaf de 19de eeuw onder het nu beschermde smeedijzeren afdak in het station van Pepinster wachtte op de trein. Bestemming: het mondaine kuuroord Spa.
Maar wij doen het te voet. De tocht volgt terug de Hoëgnevallei, maar nu in de andere richting en langs de overkant. Na een bospassage kom je terecht in het gehucht Raborive. Een wijde bocht voert omheen het Venster van Theux, een zeldzaam geologisch fenomeen dat een prachtig uitzicht over de streek oplevert. De route schakelt nu over op de vallei van de Wayai. Voorbij de landbouwdorpen Jevoumont en Hestroumont steek je in Marteau het riviertje over om hoog boven de valleiflank naar Spa te stappen. Een bezoek aan het stadje dat ooit bij de bobo's bekend stond als 'Le Café de l'Europe" is altijd een aanrader. GR 573 zelf houdt het bij een panoramisch zicht op de stad.
De route klimt naar een plateau om Sart-lez-Spa te bereiken, het laatste dorp op het traject. Terug bij weer een ander deel van de Hoëgne ontdek je de restanten van een vroegere turfwinning. De afgegraven turf stamt nog uit de laatste ijstijd en werd gebruikt bij allerlei kuurbehandelingen in de Thermen van Spa. De wilde vallei volgend kom je uiteindelijk terug bij de Pont de Belleheid. Het natte GR 573-avontuur zit erop.

Luc Verdegem

PRAKTISCHE INFO

De 160 km lange GR 573 is perfect bereikbaar met de trein (verschillende stations) en enkele bushaltes. Meer detailinfo over GR 573 in de rubriek GR's in Wallonië en op grsentiers.org. De Franstalige topogids GR 573 Vesdre et Hautes Fagnes is verkrijgbaar in de webshops op grsentiers.org en groteroutepaden.be.

GR 57 Deel 1 Wandeltip

De Ourthe      

Op Weg 2018-4: Langs de Ourthe naar het dorpje Ourthe

Als GR 57 al niet het populairste GR-pad van Wallonië is, dan toch zeker een van de meest belopen. Verdient het Ourthepad deze reputatie, of is die overroepen?

Tekst en foto's Luc Verdegem

GR 57 doet wat de naam zegt: het pad volgt de Ourthe. Het start in Luik waar de rivier uitmondt in de Maas. Langs de vele en soms diep ingesneden meanders gaat het stroomopwaarts naar de stuwdam van Nisramont waar de westelijke en de oostelijke Ourthe samenvloeien. Van daar gaat het verder langs de oostelijke rivierarm om bij de grens met het Groothertogdom Luxemburg de bronnen van de Ourthe te bereiken in - hoe kan het ook anders - Ourthe. Om het geheel mooi af te ronden steekt het traject nog de grens en de waterscheidingslijn tussen het Maas- en het Rijnbekken over, om te eindigen in Ëlwen, bij ons beter bekend als Troisvierges. En dat is nog maar een deel van de volledige GR 57 route.

Gedurende 210 kilometers wringt dit trajectdeel zich tot diep in de Ardennen. Plaatsnamen zoals Tilff, Esneux, Comblain-au-Pont, Hamoir, Sy, Bomal, Durbuy, Barvaux, Wéris, Hotton, La Roche-en-Ardenne, Nadrin, Houffalize en Gouvy, rijgen de tocht aaneen tot een bloemlezing van de meest unieke en merkwaardige natuur- en cultuurfenomenen die er in de streek te zien en te beleven zijn. Altijd boeiend en onderhoudend, maar je moet er wel wat voor over hebben. Er komt heel wat klim- en daalwerk bij kijken en de paden zijn soms bepaald avontuurlijk voor wie het vlakke en netjes gladgestreken Vlaanderen als norm neemt. Daar staat wel tegenover dat de route meestal goed bereikbaar is met trein en/of bus en zich door de vele campings en logiesmogelijkheden uitstekend leent om er zowel dagtochten als meerdaagse trekkings te organiseren.

Dus toch een verdiende reputatie als populairste GR-pad in Wallonië? Wat ons betreft mag het eerder een ex-aequo zijn met andere concurrenten zoals GR 16, GR 573 of GR 125. Ieder pad heeft zijn eigenheid, wat vergelijken altijd moeilijk en subjectief maakt. Maar oordeel zelf met volgende twee etappes uit het GR 57 traject.   

 

Pauzeren bij mooi uitzicht   Het romaanse kerkje in Xhignesse   Mont des Pins 

ETAPPE 1

Comblain-la-Tour - Bomal

Dit is een ideale treinstapper op de lijn Luik - Marloie. 14 minuten trein en je staat terug bij het vertrekpunt. Terugrijden naar Luik duurt 46 minuten. GR 57 volgt van bij het stationnetje van Comblain-la-Tour een tijdje de spoorweg en stijgt er dan van weg naar het gehucht Xhignesse. Het verhaal van de pastoor die er eind 18de eeuw vermoord werd, is nog altijd bekend in de streek. Tot wat een valse beschuldiging kan leiden... Het romaanse kerkje oogt bijzonder, en dat is het ook. Het dateert uit de 11de eeuw en is geklasseerd als Uitzonderlijk Waals Patrimonium. De blinde galerij over de ronde achterbouw doet de zware muur sierlijk en licht lijken. Deze architectuur is typisch voor de Romaanse bouwstijl in de Rijnstreek, verrassend om dit in deze contreien tegen te komen. Loop zeker even binnen, het kerkje is normaal altijd open.
HamoirWe dalen af naar de Ourthe, steken over, en volgen de rivier tot aan de brug in Hamoir. Onderweg passeren we de Belourthefabriek, waar graanvlokken en graanproducten voor baby's geproduceerd worden. Het pad steekt de Ourthe over, neemt hoogte, doorkruist een wei vol koeien en daalt dan terug af naar de rivier. We passeren de Rochers de la Vierge, ondanks de naam een klimmassief. Dit is de Calestienne, de smalle kalksteenribbel die de Ardennen doorkruist. De rest van de tocht blijven we in dit gebied.
Wat verder lopen we Sy in. Bij het kerkje - of is het een kapel? - vinden we een taverne, goed voor een korte pitstop. Sy is het dorp van Richard Heinz, de landschapsschilder die in de stijl van het impressionisme het Ardennenmassief vereeuwigde. Hij leefde op de overgang van de 19de en de 20ste eeuw en staat bekend als de 'Meester van Sy'.
Achter het kerkje begint een stevige klim tot boven de Rotsen van Sy, ook al een bekend klimmassief. Hoog boven een Ourthemeander nemen we op een bank ruim de tijd om van het uitzicht te genieten. We lopen boven het (onzichtbare) recreatiedomein van Palogne door. Een vlag verraadt de ligging van het Kasteel van Logne. Ondertussen volgen we niet langer de Ourthevallei, wel die van de Lembrée, een zijriviertje. Na een steile afdaling steken we die over.
Van de ene vallei naar de andere. Steilere klim- en daalpartijen wisselen af met golvende landschappen, af en toe wat bebouwing. We steken de Aisne over, ook al een zijrivier van de Ourthe. De tocht voert nu naar het laatste - letterlijk - hoogtepunt, de Mont des Pins (Dennenheuvel, niet te verwarren met een vakantieoord in Durbuy). Geprangd tussen de Aisne- en de Ourthevallei was de heuvel door zijn kalkondergrond vroeger volledig kaal. Vanaf einde 19de eeuw werd hij beplant met Oostenrijkse dennen. Nu poogt men het oorspronkelijke uitzicht (en de bijzondere flora) te herstellen door grote delen te ontbossen en te laten begrazen. Midden de verlatenheid is het hier volop genieten van de panoramische uitzichten. Een laatste afdaling brengt ons na 21 km in Bomal, eindpunt van de tocht. Je vindt er een natje en een droogje, ideaal om de wachttijd voor de trein op een aangename manier door te komen.

 

Bloem   Op weg naar Nisramont

ETAPPE 2

Maboge - Engreux

Met meer dan 600 stijgende en bijna evenveel dalende meters is dit geen strandwandelingetje, maar de inspanning wordt meer dan gecompenseerd door de overweldigende natuur onderweg. Het pad rondt een Ourthemeander en dat resulteert in een mooi uitzicht richting Maboge. In de rivier zijn vliegvissers aan het werk. Die lijken toch al iets actiever dan de in ligstoelen en tenten hangende lui die alleen maar hoeven te wachten op een biepje van hun hightech uitrusting. Dit mooie stuk langs het water draagt de naam Prés de Balthazar.
Le Cheslé, archeologische sitePlots stijgt het pad van de rivier weg om uit te komen bij de archeologische site Le Cheslé. In het IJzertijdperk (ca. 500 v.C.) was dit een Keltisch kamp, het grootste dat tot nu toe in de Ardennen gevonden is. Het kamp lag strategisch boven een Ourthemeander zodat alleen de noordelijke landzijde kwetsbaar was voor eventuele belagers. Archeologen reconstrueerden een deel van de versterkte wal. Het uitzicht op de Ourthevallei is er prachtig. Vroeger was dit een mythische plek, bevolkt door elfen. Er is ook de legende van de gouden 'Gatte', een fabelachtige schat die in een diepe put ergens in het kamp verborgen zou liggen.
De route loopt verder zuidwaarts door de meander en daalt dan steil terug naar de rivieroever. Heel wat wandelaars maken het zich extra moeilijk door het zigzal dalend pad af te snijden. Maar waarom moeilijk als het ook makkelijk kan? De volgende meanderbocht blijft GR 57 de oever volgen over een ruw pad, bezaaid met obstakels zoals rotsen, boomwortels, omgevallen bomen en zijbeekjes. Met de rugzak die mijn wendbaarheid en evenwichtsgevoel fel beperkt, vordert het maar moeizaam. Toch kan ik niet anders dan onder de indruk komen van de wilde schoonheid die de rivier hier overal uitstraalt. Bij een Gué (doorwaadbare plek) stop ik voor een lunchpauze.
Na enkele kilometers oeverpad stijgt het traject naar het Hérou rotsmassief, bijna loodrechte rotskliffen die de omgeving overheersen. Het pad loopt iets lager dan de rotsen, maar het loont alleszins de moeite om af en toe een massiefje op te klauteren om te genieten van de adembenemende uitzichten. GR 57 maakt even een ommetje tot bij de eerste huizen van Ollomont en daalt dan weer af naar de rivier. Na de zoveelste rivierbocht kom ik aan bij de Barrage van Nisramont. Het drankstalletje is het enige op deze tocht. Het is rond 25°C, een frisse pint in de schaduw krijgt geen tijd om te verdampen. Ik laat nog even mijn waterfles vullen aan de kraan en dan gaat het verder.
Met het nodige trappenwerk en mooie uitzichten onderweg klimt het pad midden de meanderbocht omhoog. Waar de Oostelijke en de Westelijke Ourthe samenvloeien is het even pauzeren aan een uitzichtpunt met kiosk.. Alleen jammer dat de begroeiing het uitzicht grotendeels verbergt. Hier splitst GR 57 in een oostelijke en een westelijke route. Deze tocht gaat verder langs de oostelijke tak. De laatste kilometers volgt het traject weer een ruw pad langs de rivieroever. Net voorbij een voetgangersbrug over de rivier begint de laatste klim van de dag. Eerst door bos, en dan door open terrein komt de tocht aan in Engreux. Er staan exact 19,9 km op onze teller.

 

PRAKTISCHE INFO

De topogids GR 57 Sentier de l'Ourthe werd herwerkt in augustus 2017 en is beschikbaar in de webshop van groteroutepaden.be. De gpx-track is vrij te downloaden via grsentiers.org. Meer detailinfo over GR 57 in de rubriek GR's in Wallonië.
GR 57 is te mooi en te lang om in één keer te serveren. Deel 2 volgt in een van de volgende Op Weg nummers en behelst het Sentier du Nord in het Groothertogdom Luxemburg en de Westelijke Ourthe van Nisramont tot Libramont.

GR 56 Wandeltip

De Warche 

Op Weg 2018-3: Kriskras door de Oostkantons

Als je ergens niet opvalt als wandelaar, dan is het wel in de Oostkantons. De streek kent een lange wandeltraditie. Al in de jaren 50 van vorige eeuw werden niet toevallig daar de eerste Belgische GR-paden uitgestippeld. En het moet gezegd, ze doorstaan vandaag nog altijd moeiteloos de tand des tijds.

Tekst en foto's Luc Verdegem

Na WO I schoof het Verdrag van Versailles in 1920 de grenslijn met Duitsland een stuk op naar het oosten. De Oostkantons, centraal gelegen in het Europese cultuurlandschap Ardennen-Eifel, werden Belgisch grondgebied. Met uitzondering van de donkere WOII-periode, schonk die annexatie ons landje zijn hoogste en grootste beschermd natuurgebied (de Hoge Venen), een enorm woud (het Hertogenwald), drie stuwdammen (Eupen, Robertville en Bütgenbach), drie gezellige stadjes (Malmedy, Eupen en Sankt-Vith) en een verscheidenheid aan landschappen en uitzichten die nooit vervelen.

Die verscheidenheid was er ook altijd op bestuurlijk en cultureel vlak. Historisch leunde het kanton Sankt-Vith aan bij Luxemburg. Malmedy en Eupen hoorden bij het Prinsbisdom Luik. In Malmedy wordt Frans gesproken, terwijl Eupen en Sankt-Vith 90% Duitstalig zijn, maar wel met erg uiteenlopende dialecten zoals het Platdiets en Moezelfrankisch. Malmedy en Waismes behoren tot de Franstalige Gemeenschap, de andere gemeenten tot de Duitstalige Gemeenschap, met taalfaciliteiten aan beide kanten. Als grensstreek bezitten de Oostkantons in het uiterste noorden bij Kelmis en in het uiterste zuiden bij Ouren ook de enige drielandenpunten die ons landje rijk is.

Ondanks al die diversiteit slaagden de Oostkantons er toch in om als geheel uit te groeien tot een sterk toeristisch merk. Voor dagtrippers wordt een nu al uitgebreid knooppuntennetwerk nog voortdurend verder ontwikkeld. Voor meerdaagse tochten wordt resoluut de GR-kaart getrokken. GR 563, GR 573, GR 5, GR 15 en GR 14 doen allemaal de streek aan. Eentje is zelfs volledig aan de Oostkantons en de Hoge Venen gewijd: GR 56.

Het traject vormt een 168 km lange lus langs Sankt-Vith, Malmedy, Botrange, Monschau, Rocherath, Manderfeld en Burg-Reuland. 84 km verbindings- en variantroutes lopen kriskras door de lus. Op die manier kunnen tal van combinaties uitgewerkt worden. We pikken er twee parels uit die telkens aankomen in Malmedy, ideaal voor een stevig stapweekend.

 

Langs de Trô Maret   Mist op de venen   Mist op de venen 

ETAPPE 1

Botrange - Malmedy

Aan het Signal de Botrange herinnert het Baltiatrapje al meteen aan de man die de annexatie van de Oostkantons in goede banen moest leiden. Luitenant-generaal Herman Baltia werd in 1920 aangesteld als Hoge Commissaris en Gouverneur van het gebied. Een van zijn eerste bestuursdaden was het opnieuw laten opmeten van het hoogste punt van België. Voor het overige werd zijn opdracht geen onverdeeld succes want al in 1925 verdween hij in de nevelen van de geschiedenis.  Ook in de lichte mist die de Hoge Venen tijdens onze tocht in een mysterieus en verstild sfeertje hult, komen we de generaal niet meer tegen.

Via de Fagne de Polleur bereiken we de schuilhut bij de Pont de Beleu en van daar gaat het naar de splitsing van GR 56 en GR 573. 'Les Six Hêtres' is een opvallende en bijzondere plek in dit veenlandschap. Onder deze beuken kwamen vroeger de schaapherders bijeen, al zullen ze niet op dezelfde picknickbank gezeten hebben. Lange vlonderpaden slingeren door het Setai Veen, dat ongemerkt overgaat in het Fraineu Veen. Plots lopen we langs een klaterend beekje. Het is de Trô Maret die vlakbij ontspringt en die we zo'n 4 à 5 km volgen. De Trô Maret wordt bejubeld als het spectaculairste en wildste riviertje van de Ardennen. Wel wat overdreven naar onze mening, wij dachten eerder aan een top 5-plaats. Net als bij de Hoëgne, Helle, Bayehon, Ninglingspo en Chefna is het pad soms ruig, modderig en rotsig, loopt het over stukjes al of niet onderhouden vlonderpaden en is er zelfs hier en daar een beveiligingskabel gespannen. Maar gevaarlijk wordt het nooit. Na een zestal kilometer mondt de Trô Maret uit in de Warche, die dan weer een zijrivier is van de Amblève. Vooral op het einde stroomt het riviertje diep onder ons door een smalle, steile kloof. Er wordt trouwens geregeld aan canyoning gedaan.

Met een mooi uitzicht op de Warchevallei neemt GR 56 terug wat hoogte. We passeren Ferme Libert, een restaurant waar ook wel een drankje, koffie en gebak te krijgen zijn. Wat minder werelds is de Ermitage Saint-Antoine, een kluis die al sinds de 13de eeuw in gebruik is. Zelfs nu zou er nog altijd iemand verblijven.

Bernister voorbij stoten we op een monument dat Guillaume Apollinaire herdenkt. Als 19-jarige verbleef hij in 1899 maandenlang met zijn broer in een pension in Stavelot, achtergelaten door hun moeder. Al die tijd maakten de broers lange omzwervingen door de streek. Guillaume stierf al vroeg in 1918, inmiddels beroemd als groot Frans schrijver en dichter, en goed bevriend met Picasso. Pas veel later ontdekten ze in Stavelot de identiteit van de 'twee arme vreemdelingen'. GR 56 gaat nog wat sneller dalen en bijna hollend lopen we met 20,3 km op onze teller Malmedy in.

 

Mooie dreef   Stuwmeer Robertville   Bosanemonen 

ETAPPE 2

Bütgenbach - Malmedy

Met deze 21,5 km lange tocht verkennen we een deel van de GR 56 Warche-variant. Het is eind april, de tijd dat de wilde narcissen bloeien. Aangekomen in Bütgenbach stappen we naar het viaduct van de Vennquerbahn, de vroegere spoorlijn 45A. Die werd nog door de Duitsers aangelegd en speelde vooral een rol in de bereikbaarheid van de (Duitse) kazerne van Elsenborn. Sinds enkele jaren is de lijn op Belgisch grondgebied volledig omgevormd tot RAVel 45A. Na een kort stukje fietspad daalt het naar de Warche. De rivier is 41 km lang en ontspringt bij Büllingen, vlakbij de Duitse grens. Op haar tocht voedt ze de stuwmeren van Bütgenbach en Rovertville. De Warche wordt onze leidraad tot in Malmedy, nu eens dichtbij, dan weer op wat verdere afstand. Langs de waterloop bloeien de wilde narcissen dat het een lust is, en ook de witte bosanemoontjes laten zich niet onbetuigd. We maken ook kennis met een ander stukje spoor, het populaire Vennbahn fietspad.

Kasteel ReinhardsteinGR 56 volgt nauwgezet de zuidelijke oever van het stuwmeer van Robertville. De dam werd gebouwd in 1928 en voorziet de inwoners van Malmedy van drinkwater. Het meer voedt ook een hydro-elektrische centrale bij Bévercé. Er liggen twee campings langs het water, eentje zelfs pal op ons traject. Rond deze tijd van het jaar is er nog maar weinig beweging, maar enkele zonnekloppers hebben toch al de weg gevonden naar het strandje bij de camping. Het meer is omzoomd met dennenbos zodat we zelf meestal op een zacht verend schaduwrijk pad lopen. Aangekomen bij de dam vinden we aan de parking zelfs een bistrootje met terras, goed voor een korte tussenstop.

Eenmaal de 55 meter hoge dam voorbij volgt het mooiste deel van de tocht. De Warche stroomt nu door een diep ingesneden vallei waar het bekende Kasteel Reinhardstein zijn stek heeft. Het pad slingert hoog boven het dal en dat zorgt voor panorama's die niet zouden misstaan in een echt berglandschap. Het kasteel toont zich maar in de verte, je komt er enkel langs als je de Bayehon verbindingsroute naar Botrange inslaat. Wij lopen verder richting Malmedy, langs het uitzichtpunt 'de Neus van Napoleon'.

Nog altijd op redelijke hoogte bereiken we de gehuchten G'Doumont en Chôdes. De Rue des Crêtes is een en al lintbebouwing. Het traject wordt terug onverhard en brengt ons bij de Calvariekapel, de bekroning van een lange calvarieweg die vanuit Malmedy 97 meter boven de stad opklimt. De zeshoekige kapel vormt de laatste statie van de kruisweg, de overige staties zijn bas-reliëfs, uitgehouwen door de Akense beeldhouwer Carl Burger. Zo'n 50 meter voorbij de kapel staat een smeedijzeren prieel met uitzicht op de stad.
GR 56 volgt de zigzag dalende calvarieweg naar het centrum van Malmedy. De terrassen op de Place Albert I zijn de ideale afsluiter van deze mooie en heerlijk afwisselende tocht.

 

PRAKTISCHE INFO

De topogids GR 56 - Cantons de l'Est et parc naturel Hautes Fagnes - Eifel is verkrijgbaar in de webshop van groteroutepaden.be. De gpx-track is vrij te downloaden op grsentiers.org. Meer info en foto's vind je ook hier in de rubriek GR's in Wallonië (in voorbereiding).

Er is een rechtstreekse busverbinding tussen Malmedy en Bütgenbach (halte Kreuzung).
Voor Botrange neem je ook eerst de bus naar Bütgenbach. Daar overstappen op een bus richting Verviers, uitstappen halte Signal de Botrange.
Je kan de tochten ook in omgekeerde richting stappen, telkens vanuit Malmedy. Het gaat dan wel overwegend in stijgende lijn met soms stevige en lange hellingen.

GR 575/576 Wandeltip

GR 575/576 

Op Weg 2018-2: Zeg niet Ardennen als je in de Condroz bent

Ooit wandelden we vanuit Hanuit naar Hoei de taalgrens over, en riepen we uit dat we eindelijk in de Ardennen waren! Een kenner merkte toen droogjes op dat we nauwelijks aan de rand van de Condroz stonden, een streek die totaal anders is dan de Ardennen. In Vlaanderen verwar je het Hageland toch ook niet met Haspengouw, of de Polders met het Heuvelland?

Tekst en foto's Luc Verdegem

Die opmerking zat! Met het schaamrood op de wangen moesten we vaststellen dat zelfs onze oude schoolatlas de Condroz kende. Om er meer over te weten richtten we de blik dan maar op GR 575/576, ook wel 'de Ronde van de Condroz' genoemd. De cijfers verwijzen naar wat vroeger twee aparte GR-trajecten waren, een Naamse en een Luikse Ronde van de Condroz. Enkele jaren geleden werden beide samengevoegd en sindsdien kan je bijna 300 km lang de streek verkennen.

De Condroz wordt vooral getypeerd door een opeenvolging van tiges en chavées. Op een kaart verraden de hoogtelijnen een reeks langgerekte, zuidwest naar noordoost georiënteerde heuvels. De heuvelruggen worden tiges genoemd (in de Ardennen spreekt men van crêtes). Tussen die heuvels biedt de kalksteenondergrond veel minder weerstand. Dit zijn de lagergelegen delen of valleien, de chavées.

Alhoewel minder spectaculair dan de echte Ardennenpaden is de Ronde van de Condroz allesbehalve een saaie bedoening. Officieel vertrekpunt is Ciney, hoofdplaats van de streek. Het is een stadje met amper 16.000 inwoners, bekend voor zijn veemarkt, maar ook voor zijn rol in de vreselijke Oorlog van de Koe. Omwille van een gestolen koe werden tussen 1275 en 1278 meer dan 60 dorpen in de Condroz vernield en kwamen 15.000 mensen om. Vanuit Ciney flaneer je door open landschappen tussen ingeslapen dorpen met nu eens grijze, dan weer gele natuurstenen gebouwen. Sommige, zoals Crupet, Celles, Mozet en Deigné, behoren tot de mooiste dorpen van Wallonië.

De Condroz is vooral een vruchtbaar landbouwgebied waar je relatief weinig bossen aantreft. De hoogtes variëren tussen 180 en 340 meter. Alhoewel dunbevolkt heeft de streek toch een bewogen en boeiende cultureel-economische geschiedenis. Prachtige Romaanse kerkjes (Celles, Saint-Séverin) en donjons en trotse kastelen (Spontin, Vervoz, Harzé) getuigen van een rijk en welstellend verleden. En ook de natuur laat zich niet onbetuigd. De valleien van de Bocq, de Samson en de Hoyoux, net als de vallei van de 'chantoirs' (verdwijngaten) tussen Louveigné en Remouchamps, zijn verborgen parels. Geniet even mee van twee wandeletappes op het GR 575/576 traject.

 

Langs de Ourthe  

ETAPPE 1

Esneux - Sprimont

Esneux is een bekend toeristisch plaatsje langs de Ourthe, makkelijk bereikbaar in een halfuurtje met de bus of de trein vanuit Luik. Voor velen is het de eerste etappehalte op de populaire GR 57 route. De steile valleiwanden langs de sterk meanderende Ourthe roepen typische Ardennenbeelden op, maar vergis je niet, dit is nog steeds de oostelijke rand van de Condroz.

Haie des PauvresTot de Hoeve van Rosière, vandaag een manège, lopen beide GR's samen. Niets laat vermoeden dat hier sinds de 12de eeuw cisterciënzermonikken verbleven. GR 57 neemt afscheid van de Ourthe om op te klimmen naar de bekende Roche aux Faucons, terwijl ons traject netjes de rivieroever volgt. Zo zien we de rotsen ook eens van beneden. Uiteindelijk nemen ook wij afstand van de rivier en klimmen naar Avister. Op die manier snijden we de Ourthemeander af waarin Hony ligt. Bij Méry staan we terug bij de rivier. Het dorpje ligt behaaglijk tegen de valleiwand aangeschurkt. We stappen de brug over, lopen even langs de waterkant en stijgen dan langs kerk en smalle straatjes de bebouwde kom uit.

Door bos klimt het langzaam verder tot we even de wit-rode draad verliezen. Iets later vinden we de tekens terug op een dwarsend pad. Een geasfalteerde weg leidt tussen recente villa's en tuinen die elkaar de loef afsteken in grootte en troosteloosheid. De plek heet En Tarbois en hoort bij Beaufays.

Hoog tijd om terug wat bos in te duiken, waar we langs een soms nauwelijks zichtbaar spoor enkele beekjes volgen. Eenmaal het bos uit lopen we af op het gehucht Hayen, wat later gevolgd door Hautgne. En dan is het weer klimmen. Bijna boven worden we beloond met een prachtzicht over de streek. Dat is het voordeel als je in open terrein stijgt. Via een beekvalleitje gaat het naar Haie des Pauvres, dan naar Haie des Chênes. Ondanks al die gehuchten blijven we door een bij uitstek landelijk gebied lopen.

De fel geaccidenteerde en bosrijke landschappen van de Ourthevallei liggen nu wel definitief achter ons. De typische elkaar opvolgende tiges en chavées van de Condroz worden duidelijk zichtbaar in het landschap. Bij de verkeersweg tussen Lincé en Hornay twijfelen we even. Zullen we hier na 18 km de route verlaten om in Hornay de bus naar Luik te nemen? Maar het is nog vroeg, en de benen voelen nog goed aan. Bovendien lijkt het erg onwaarschijnlijk dat er in Hornay iets te drinken valt terwijl we op de bus wachten. Dus stappen we maar verder.

De Condroz-panorama's blijven zich aaneenrijgen. Een verrassende weidedoorsteek brengt ons in Xhignez. We bereiken de N678 die naar het 1,7 km verder gelegen Sprimont loopt. Deze 'Porte des Ardennes' is vooral bekend door de vele steengroeves die er tot in de 20ste eeuw uitgebaat werden. Het is ook de plaats waar in een grot de oudste sporen van menselijke aanwezigheid in de Benelux - 500.000 jaren geleden - gevonden werden. En voor ons is het de plaats waar we na bijna 22 km wandelen een café vinden in afwachting van de bus die ons naar Luik moet brengen.

 

Les Avins   Even een stukje bos 

ETAPPE 2

Les Avins - Barse

We verlaten even de GR 575/576 hoofdroute om de variant tussen Les Avins en Grand-Marchain te verkennen. Dit wandelstuk is nauwelijks 13,5 km lang, maar wegraken met openbaar vervoer uit Grand-Marchain is niet vanzelfsprekend. Daarom zullen we op de hoofdroute nog even verder moeten lopen tot Barse. Daar passeert TEC bus 126a die ons terug moet brengen naar Hoei. Het is dezelfde bus die ons ook in Les Avins bracht.

Neem de tijd om in Les Avins eens goed rond te kijken. Het is een typevoorbeeld van een dorp in de Condroz: enkele grote ommuurde hoeves opgetrokken in grijze bouwsteen overheersen het sober straatbeeld. In een artistiek atelier komen beeldhouwers uit alle windstreken de 'petit granit' bewerken die nog altijd in enkele groeves gewonnen wordt.
Vanuit het dorp staan we al vlug bij de Hoyoux. Dit 28 km lange riviertje situeert zich volledig binnen de Condroz. Hoe onopvallend ook, bij Modave in een smalle diepe vallei kent de Hoyoux het snelste debiet van alle Belgische rivieren. Een modderig pad voert langs het nog vrij bescheiden waterloopje. Waar het terrein verandert in een mooie groene grasvlakte lopen de Hoyoux en haar zijbeek, de Ruisseau de Pailhe, netjes gekanaliseerd door een waterwinningsgebied. Het hier opgevangen water is bestemd voor Brussel waar er dagelijks zo'n 200.000 mensen mee bevoorraad worden.

Boven de vallei staat het indrukwekkende kasteelcomplex van Modave. Het kasteel vindt zijn oorsprong in de middeleeuwen en was tot midden 20ste eeuw altijd privébezit, onder meer van de Montmorency's, een van de belangrijkste en oudste Franse adellijke families.
Aan de kasteeltuinen is een merkwaardige primeur verbonden. In 1668 bouwde een eenvoudige timmerman, Rennequin Sualem, een hydraulische machine die het water van de Hoyoux meer dan 50 meter hoger oppompte naar de waterpartijen en fonteinen van het kasteel. Baron Arnold de Ville, een kennis van de toenmalige kasteeleigenaar, kopieerde de plannen en stelde ze voor aan de Franse koning Louis XIV. Die was op zoek naar een manier om het water uit de Seine 150 meter hoger te transporteren naar de tuinen van Versailles. Arnold de Ville stelde zichzelf voor als bouwmeester en riep de hulp in van Rennequin Sualem. En zo werd in 1681 de Machine van Marly gebouwd die 133 jaren lang de tuinen van het Kasteel van Versailles zou bevloeien. Baron Arnold de Ville werd er vorstelijk voor beloond. Rennequin Sualem, de echte uitvinder van de machine die Louis XIV beschouwde als het achtste wereldwonder, moest het stellen met een karig loontje in ruil voor het onderhoud van de machine.

We dalen terug af naar de Hoyoux, passeren een steil rotsmassief en lopen Pont de Bonne in, ideaal plaatsje voor een pitstop. Enkele kilometers verder verlaten we de vallei en klimmen naar een open plateau vanwaar het richting Grand-Marchain gaat. We lopen nu bijna loodrecht op de hoogtelijnen die de tiges en chavées van het Condroz-landschap vormen.
Terug op het hoofdtraject volgen nog 2 mooie dalende kilometers tot bij het vroegere treinstation van Barse. De spoorweg, nu Ravel 126, is al lange jaren vervangen door TEC bus 126a.

 

PRAKTISCHE INFO

De topogids GR 575/576 - Tour du Condroz is verkrijgbaar in de webshop van groteroutepaden.be. De gpx-track is vrij te downloaden op grsentiers.org. Meer info en foto's vind je ook hier in de rubriek GR's in Wallonië (in voorbereiding).

GRP 563 Wandeltip

Het Land van Herve 

Op Weg 2018-1: De altijdgroene Ronde van het Land van Herve

Tot vorig jaar kende Wallonië enkel wit-rode GR-paden, geen geel-rode Streek-Gr's. In maart 2017 kwam daar verandering in. Toen werd de eerste Waalse GRP (GR de Pays) aan de pers voorgesteld. Maar niet alleen de kleur van de bewegwijzering wijzigde, het traject werd grondig bijgespijkerd, zowel op het terrein als op papier.

Tekst en foto's Luc Verdegem

Ook los van het geel-rode verhaal is deze 160 km lange GRP een buitenbeentje in het uitgebreide Waalse GR-netwerk. Als overgangsgebied toont het Land van Herve weinig gelijkenissen met de rest van Wallonië. De streek grenst in het noorden aan de Vlaamse Voerstreek en Zuid-Limburg, in het zuiden aan de Ardennen, in het oosten aan het Hertogenwoud en de Eifel en in het westen aan de Maasvallei. De glooiende, altijdgroene weidelandschappen, omheind met de typische hagen, zijn hét toeristische handelsmerk van de streek. De hoogteverschillen zijn beperkt. De lage heuvels variëren van 200 tot 350 meter hoogte. Er is weinig industrie. Het enige stadje van belang in het 450 km² grote gebied is Herve. De hoofdactiviteit is landbouw met de nadruk op veeteelt en fruitteelt. Het bekendste streekproduct is de sterk geurende Hervekaas, pittig en toch zacht romig (wel handen wassen na het proeven). Voeg daar nog cider, appel- en perenstroop, fijne vleeswaren en bieren aan toe, en het lijkt wel een stukje luilekkerland.

Ook cultureel, economisch en geschiedkundig is GR 563 een buitenbeentje. Tot de Franse Revolutie was de streek verdeeld tussen het graafschap Dalhem en het Hertogdom Limburg. De hoofdplaats Limbourg heerste vele eeuwen als een oninneembare burcht over de streek, tot Lodewijk XIV de versterkingen in de 17de eeuw liet afbreken. Taalkundig ligt de streek op de grens van Romaans en Germaans Europa. Je wordt er nu eens aangesproken in het Duits, dan weer in het Platdiets of in het Frans. En wie kent nog Neutraal Moresnet, dat uniek geopolitiek curiosum dat een eeuwlang tussen Duitsland, Nederland en België genesteld lag? Of het rustige dorp Raeren dat rond de 17de eeuw een wereldcentrum van de pottenbakkerij was? Raerense keramiek werd over gans Noord-Europa tot in Rusland geïmporteerd en vond zelfs zijn weg naar de overzeese koloniën. Aan de Maaskant tot slot onderstreept de enorme terril van Micheroux het belang van de vroegere steenkoolindustrie.

Stof genoeg dus om van deze eerste Waalse GRP een boeiende en afwisselende ontdekkingstocht te maken. Als nadere kennismaking beschrijven we twee wandeletappes op het traject.

 

Glooiende, altijdgroene weidelandschappen 

ETAPPE 1

Olne - Herve

Met twee van de 'mooiste dorpen van Wallonië' kan deze tocht al niet meer stuk. In Olne bepalen de Maaslandse renaissance en de 17de en de 18de eeuw het uitzicht van de met kalksteen opgetrokken woningen en boerderijen. De Sint-Sebastiaankerk met kerkhof en muur rondt het geheel mooie af. Olne was en is nog altijd een welstellend dorp. Een dalend pad stuurt ons richting Nessonvaux in de Vesdervallei. Dit is volop genieten van de uitzichten. Net boven het dorp slaan we een pad in dat de valleiflank volgt. We stoten op een girafachtig dier, mooi in elkaar gezet met allerlei afvalmateriaal. Wegwerpkunst?

We steken een heuvelkam over en kijken uit over het valleitje van de Ruisseau de la Hazienne. Over een mix van asfalt en onverharde paden gaat het richting Soiron, ook al een van de 'mooiste dorpen van Wallonië'. Het plaatsje, gelegen op een hoogte langs de Bolabeek, laat zich al van ver bewonderen. In dit landschapsdecor verwacht je ieder moment een kunstschilder die het tafereel realistisch, impressionistisch of expressionistisch probeert te vereeuwigen. Zolang het maar geen dadaïst of kubist is, want zo'n behandeling verdient dit mooie decor niet. We houden even halt in het dorp en kunnen alleen maar beamen dat het zijn title niet gestolen heeft. We vinden er zelfs een aangename brasserie en dat is ook al geen evidentie in deze omgeving.

Wegwerpkunst?Langs een veldweg gaat het verder tot we terug op amper een kilometer van Olne staan. We maken rechtsomkeer en volgen een smal paadje langs hagen en afsluitingen, soms door een groentunnel. Een kort stukje Rue Turlurette maakt ons nieuwsgiering naar dit prettig klinkende woord. Het zou een gitaarachtig instrument geweest zijn in de 14de eeuw. Andere bronnen hebben het over een fluitje dat in die tijd vooral door troubadours en bedelaars bespeeld werd. Maar het kon ook een wispelturige, nogal uit de hoogte doende vrouw zijn...

Xhendelesse laten we links liggen en op weg naar Huberfays krijgen we enkele weidedoorsteken cadeau. Deze passages zijn typisch voor GR 563 en het Land van Herve. Van draaipoortje naar kantelpoortje of opstapje, het is iets wat bij ons helaas maar op weinig andere plaatsen kan. Voorbij Hubertfays gaat het op Herve aan. Ook dit deel loopt overwegend dwars door weides terwijl in de verte het viaduct van de HST en de E40 nadert. Daar voorbij komen we terecht op een RAVel die naar het vroegere station van Herve leidt. Het fietspad is aangelegd op spoorlijn 38 die het Land van Herve doorkruiste van Hombourg (Plombières) tot Chênée bij Luik. Het is een van de oudste en bekendste stukken RAVel in Wallonië. In het station is nu het toerismekantoor van Herve gevestigd. Er is ook een taverne waar je terecht kan voor een natje en een droogje om deze 20 km lange wandeling af te sluiten.

 

Het Land van Herve ten voeten uit   Zinkviooltjes 

ETAPPE 2

Eynatten - Moresnet-Chapelle

In Eynatten tanken we bij de plaatselijke bakker in ons beste Duits 'ein Kaffee'. We bevinden ons in de rand van het Duitstalig landsdeel. De meeste bewoners spreken Platdiets, een Limburgs-Duits klinkend dialect.
Lans de Johannes de Doperkerk en het met een slotgracht omgeven Haus Amstenrath (begin 16de eeuw), lopen we naar een brug over de E40. Aan de overkant komen we terecht op een pad langs een beek. Niets laat vermoeden dat dit de prille Geul is, het Belgisch-Nederlands riviertje dat in wandelkringen alom geprezen wordt voor zijn schilderachtige loop. We zullen de Gölh/la Gueulle op deze tocht nog verschillende keren tegenkomen en volgen.

Het watertje blijft min of meer onze leidraad tot het gehucht Hauset (Schallenberg) en de Kupfermühle hoeve. Een veldweg klimt naar een plateau en na een weidedoorsteek daalt het door bos terug naar de Geul. Een bord vertelt dat we net over de Beschissenberg gelopen zijn. De vertaling mag je zelf invullen.
De geel-rode tekens sturen ons naar een al van ver zichtbare spoorwegbrug. Het is een van de vele bruggen op de HST-lijn naar Duitsland. Eenmaal over en onder de sporen doorgelopen dwarsen we in de beste GRP 563 traditie enkele weides. We komen uit bij het bevallig wit kapelletje van Astenet. Recht voor ons ligt het Schloss Thor. De wat middeleeuws aandoende toren dateert van 1733. Nu is het een hotel. Iets buiten Astenet ligt het Katharinenstift, een vroeger landgoed en klooster dat sinds 1994 een rust- en verzorgingstehuis is. De gebouwen vallen op door hun eenzame ligging midden het weidelandschap. He landgoed heette oorspronkelijk dan ook erg toepasselijk 'Weide'. Het traject blijft grasstappen.

Bij de ingang van een veldweg staat een paaltje met de afbeelding van een zinkviooltje. We naderen de Hohnbachvallei, een van de merkwaardigste stukjes natuur die ons land rijk is. Enkele jaren geleden waren we er in het voorjaar, en toen werden we verrast door het spektakel van de volop bloeiende wilde narcissen. Omdat de streek heel wat lager ligt dan de Hoge Venen begint de bloei er bijna een maand vroeger. Nu is het zomer, en dat is de tijd van het zinkviooltje. Het zeldzame gele bloemetje groeit van nature alleen maar in deze vallei en wat verderop langs de Geul. Voorwaarde is dat de grond zinkerts bevat, wat hier door de exploitatie in de 19de eeuw van de zinkmijn van La Calamine (Kelmis) volop het geval is.
Net omwille van die zinkmijn werd hier toen een uniek stukje Europese geschiedenis geschreven. Na de nederlaag van Napoleon raakten de mogendheden het maar niet eens over de toewijzing van het grondgebied waar de belangrijke zinkmijn lag. Als oplossing creëerden ze dan maar het ministaatje Neutraal Moresnet dat bestaan heeft van 1820 tot 1920. In de loop van die eeuw werd dit amper 3,44 km² grote lapje grond de kip met de gouden eieren voor het bedrijf La Vieille Montagne, een belastingparadijsje, een smokkelvrijplaats, een gokoord, en ei zo na de eerste Esperantostaat ter wereld.

Net voor Kelmis mondt de Hohnbach uit in de Geul. We volgen de nu al wat bredere rivier langs een pad dat vroeger een spoorlijn was die La Calamine verbond met Moresnet. Al vlug verschijnt het indrukwekkende, meer dan 1 km lange spoorviaduct van Moresnet. Het bouwwerk maakt deel uit van de IJzeren Rijnverbinding tussen de Antwerpse haven en Duitsland. Dagelijks denderen er zo'n 100 goederentreinen over. In Moresnet nemen we afscheid van de Geul. Nog een tweede keer onder het viaduct door en dan doemt het uitgestrekte Preuswald op. Door de rand van dit woud bereiken we na een tocht van 19 km het gehucht en bedevaartsoord Moresnet-Chapelle.

 

PRAKTISCHE INFO

De topogids GR 563 - Tour du Pays de Herve werd in het voorjaar van 2017 volledig vernieuwd en is beschikbaar in de webshop van groteroutepaden.be. De gpx-track is vrij te downloaden op grsentiers.org. Meer info en foto's vind je ook hier in de rubriek GR's in Wallonië (in voorbereiding).

GR 571 Wandeltip

Fonds de Quarreux 

Op Weg 2017-6: Valleien en hun legendes

Waalse GR-paden zijn erg geliefd bij Vlaamse wandelaars, daarom starten we een nieuwe reeks wandeltips in het zuiden van ons land. Telkens koppelen we een globale presentatie van een 'sentier' aan twee dagetappes op de route.

Tekst en foto's Luc Verdegem

'Route van valleien en legendes' is een mooie naam voor een 165 km lang GR-pad door de diepe Ardennen. Klinkt avontuurlijk en ook wel wat mysterieus. Onderweg op GR 571 volgen we achtereenvolgens de valleien van de Amblève, de Salm en de Lienne. Maar zijn de Ardennen niet een en al rivierdalen? En wat met die legendes? Op deze GR kruiden enkele oude verhalen de sfeer, maar zo goed dekt de titel de lading nu ook weer niet.
Wat maakt GR 571 dan zo speciaal? Zijn het die altijd wisselende landschappen, soms indrukwekkend, soms lieflijk en dan weer ruig? Of de dorpen in grijze steen, zo contrasterend met het oranje bakstenen Vlaanderen? Of de kastelen en ruïnes hoog boven de rivieren? De gezellige stadjes op mensenmaat? Niet echt, ook die kenmerken vind je bij tal van andere GR's in Wallonië.

Ons viel vooral op dat dit pad aanvankelijk een populair toeristisch traject volgt, om dan een nauwelijks gekende en zelfs moeilijk bereikbare streek in te duiken. Dat tweede deel hoeft qua aantrekkelijkheid nauwelijks onder te doen voor het eerste, integendeel. Bij ons roept dat vragen op. Waarom is de ene streek wel, en de andere niet toeristisch? Waarom zijn stilte, verlatenheid en een geïsoleerde ligging niet even gewild - zo niet zelfs meer - dan spectaculaire rotswanden, grotten, pretparken en heksenfeesten?

GR 571 vertrekt in Comblain-au-Pont, een populair plaatsje waar de Amblève uitmondt in de Ourthe. Het traject volgt eerst de Amblèvevallei tot in Trois-Ponts, langs Aywaille, Remouchamps, Stoumont en Coo. Vanaf Trois-Ponts maakt de Amblève plaats voor de Salm. Via Vielsalm en Salmchâteau gaat het tot de bron van deze rivier. Allemaal bekende namen? Inderdaad, dit is het toeristische deel.

Daarna trekt de route naar Gouvy en vervolgens naar Lierneux, waar ze de Lienne ontmoet. Via Bra en Chevron volgen we deze waterloop tot ze bij Targnon in de Amblève uitmondt en de cirkel rondmaakt. Deze namen zeggen je niets meer? Toch was dit deel voor ons dé ontdekking van GR 571. Om een idee te geven van wat we bedoelen, pikken we twee etappes uit het traject. De ene is een klassieker, de andere een verborgen parel.

 

Chefna 

ETAPPE 1

Remouchamps - Stoumont

Deze 16 km lange tocht mag je gerust een toeristische 'topstapper' vol afwisseling noemen. De hoogteverschillen zijn niet te onderschatten, maar echt steil wordt het nooit.
Start en aankomst zijn makkelijk bereikbaar. TEC bus 142 verbindt meer dan de helft van de GR 571 route tussen Comblain-au-Pont en Gouvy, en stopt onder meer in Stoumont en Remouchamps. Zelf stapten we dit traject als onderdeel van een driedaagse met als basis een camping in Comblain-au-Pont. Dankzij de bus konden we de tent laten staan en telkens met een dagpack verschillende dagetappes lopen.

Op de VecquéeVertrekpunt is Remouchamps aan de Amblève. De plaats is vooral bekend voor zijn grottencomplex en de ondergrondse rivier, de Rubicon. Alhoewel een bezoek aan de feeëriek verlichte grotten een must is, kiezen we toch liever voor het daglicht en pikken we de wit-rode GR-tekens op. Meteen verwerken we de stevigste stijger van de dag. Om een grote Amblèvemeander af te snijden, kruipt een smal asfaltwegje onder het E25-viaduct 110 meter hoger. De uitzichten boven maken veel goed. Een lange afdaling door bos brengt ons terug bij de rivier.

De plaats heet Sedoz, er is een parking en een taverne en het kan er soms behoorlijk druk zijn. Dit is waar de Ninglingspo uitmondt in de Amblève. Het riviertje is een van de snelst stromende in België. Bekende plekjes langs de loop zijn de Chaudière waterval en het Bad van Diana. Maar GR 571 heeft voor ons iets anders in petto: de Fonds de Quarreux, een stuk Amblève dat bezaaid ligt met enorme rotsblokken. Uiteraard is er een legende verbonden aan dit natuurfenomeen. Hoe je ht ook verklaart, het is terecht een van de mooiste stukjes Waals landschapspatrimonium.

Volgend onderdeel van de tocht is het valleitje van de Chefna. Het wordt vaak in één adem genoemd met de Ninglingspo omdat je beide kan combineren. Toch is het heel wat minder bekend, en dat zal wel te maken hebben de totale afwezigheid van horeca en parking. Persoonlijk vinden we dit valleitje echter aantrekkelijker. Het is smaller, wilder, en oogt daardoor nog intiemer. Ook hier wisselen watervalletjes af met glad uitgesleten poelen waarin een enkele bezoeker zelfs languit ligt te baden. Zou die weten dat er ooit in dit riviertje (een beetje) goud werd gevonden?

De verkenning van de Chefna is boeiend genoeg om bijna te vergeten dat het voortdurend omhoog gaat. Eenmaal het brongebied voorbij, komen we terecht op de Vecquée, de eeuwenoude weg die de prinsbisschoppen van Luik volgden naar de abdijen van Malmedy en Stavelot. Bij het Honnaykruis staan we op 560 m hoogte. 400 m gestegen! Boven de kurkdroge en winderige hoogvlakte cirkelt af en toe een helikopter, speurend naar elk rookpluimpje dat in een mum van tijd een ramp kan worden.
We zijn het hoogste punt voorbij. Bij het gehucht Monthouet ontplooien zich prachtige vergezichten. Zelfs van op de Hoge Venen krijgt je dit soort dieptepanorama's niet te zien. Eindigen doen we in Stoumont. Hier woedde het Ardennenoffensief op zijn hevigst, maar verder kwamen de Duitsers niet. Of waarin een klein plaatsje toch groot kan zijn.

 

Bra 

ETAPPE 2

Lierneux - Trou de Bra

77 km verder op het traject staan we in Lierneux. On tegenstelling tot Remouchamps is dit voor de meeste Vlamingen een relatief onbekende plaats, ook veel moeilijker bereikbaar. Misschien doet de naam een belletje rinkelen bij fans van Alpijns skiën. Verder is Lierneux voor Wallonië zowat de evenknie van Geel. Een psychiatrisch centrum vangt er al 125 jaar patiënten op in een familiale omgeving.

Bij deze wandeletappe van 19 km hebben we niet de luxe van een rechtstreekse en regelmatige verbinding tussen start- en eindpunt. We bereiken Lierneux pas na het middaguur met een bus vanuit Vielsalm. De halte ligt op de plaats van het vroegere buurtspoorstation. Er pronkt een trammetje dat zo weggeplukt lijkt uit een oude postkaart. Het reed tot 1958 van Vielsalm via Hébronval tot Lierneux. Daarna werd het vervangen door de bus die nu nog maar een paar ritten per dag doet. Of hoe een afgelegen streek door een funeste openbaar vervoerpolitiek nog meer geïsoleerd raakt.
Vanuit Trou de Bra rijden we 's avonds met een bus naar Aywaille om daar aansluiting te vinden op het spoorwegennet. Die bus is de enige die er in de namiddag passeert, en dan nog alleen op werkdagen.

Pont de ChailleHet is eind winter, de dagen zijn nog kort. De laatste sneeuw is hard aan het wegsmelten en dat zal een bijzonder cachet geven aan deze tocht. In de buurt van Lierneux ontspringt de Lienne, maar in het begin merken we niets van het prille stroompje. We stappen naar Lansival, ondereg genietend van het zicht op de met sneeuwflarden bedekte heuvels en de omliggende dorpen. Wat verder dalen we naar het riviertje. Een kolkende watermassa stroomt onder de Pont de Chaille door. De Lienne is nog net niet buiten haar oevers getreden, iets wat in deze vallei regelmatig gebeurt. De schistplaten van het brugje komen dan onder water te staan, maar hebben het geweld tot nu toe altijd goed doorstaan. Aan de overkant is het pad over zo'n 20 meter een zijarm van de rivier geworden. Door struikgewas en op de boshelling omzeilen we het water. Waterdichte stapboots zijn geen overbodige luxe.

De tocht stijgt en daalt voortdurend maar wordt nooit echt zwaar. Tussen Hierlot en Les Villettes daalt het naar de Ruisseau du Bois des Fagnes en dan weer naar de Lienne. Overal dezelfde onstuimige watertaferelen.
In Bra passeren we het kasteel Naveau, waar een Amerikaanse generaal zich even installeerde in een poging om een halt toe te roepen aan het Ardennenoffensief. Bra heeft ook een helihaven waar een medisch team kan opstijgen bij spoedgevallen. Het zegt veel over de moeilijke bereikbaarheid van de streek.

Ondertussen staat de zon al heel wat lager. Tussen de bomen valt de duisternis vlug in, avondnevels stijgen uit de grond. Af en toe is het klauteren over omgevallen bomen en takken. Het gewicht van de sneeuw heeft zijn tol geëist. We dalen af naar de vallei van de Chavannebeek. Op deze laaggelegen plaatsen dringt maar weinig zon door. De temperatuur zakt merkbaar, er ligt nog heel wat sneeuw.

In het gehucht Sur le Thier staat er een 600 jaar oude kruleik. De imposante boom zou een van de mooiste van Wallonië zijn. We hebben alleen nog een korte afdaling voor de boeg tot in Trou de Bra. Het is nu echt goed donker., beneden brandt de straatverlichting al. We zijn nog 45 minuten te vroeg voor de bus. Eén voor één zien we de sterren verschijnen. In de verte blaft een hond, af en toe verlicht een voorbijrijdende auto twee ineengedoken silhouetten in het wachthokje.

 

PRAKTISCHE INFO

De topogids van GR 571 is momenteel uitverkocht, maar er wordt aan een nieuwe gewerkt. Meer info op grsentiers.org waar je ook de gpx-track kunt downloaden. Meer info en foto's vind je ook hier in de rubriek GR's in Wallonië (in voorbereiding).

Welkom op walkitech.be

Verken je graag je eigen land al stappend?
Wandel je daarbij regelmatig langs GR-routes?
Doe je dat liefst met gebruikmaking van het openbaar vervoer?
En zet je ook wel eens je smartphone / tablet in om de gpx-track van je tocht te volgen?
Dan heeft deze WalkiTech website altijd wel iets dat je zal interesseren

Walkitech op stap

  • Onze e-Stappers zijn elektronische wandelgidsen, volledig gedocumenteerde gpx-tracks waarbij je niet langer aparte wandelboeken, brochures of pdf-bestanden nodig hebt om te weten wat er onderweg zoal te zien en te beleven valt. Alle info die je nodig hebt zit in je smartphone/tablet en is beschikbaar via wandelapps zoals OsmAnd, ViewRanger, Locus Maps, Komoot en andere. (e-STAPPERs)
  • Onder de rubriek GR Wandelroutes Wallonië publiceren we verslagen over onze tochten op verschillende Waalse GR-routes. (GR Wandelroutes Wallonië)
  • In onze BLOG berichten we over wat ons als wandelaars bezig houdt en interesseert. (BLOG)
  • Tot enkele jaren geleden publiceerden we in het Groteroutepaden tijdschrift Op Weg regelmatig artikels over GR-trein, GR-bus en GR algemene wandeltips (Op Weg tips)

 

Logo1 100

Nieuwsbrief

De Nieuwsbrief informeert je over nieuwe inhoud op de website.

Schakel het javascript in om dit formulier te verzenden

 
 
 
Deze website gebruikt cookies. Sommige zijn noodzakelijk voor de werking van de website, andere helpen om de werking van de website te verbeteren en om bezoekers een betere surfervaring te bezorgen. Je kunt zelf beslissen of je cookies toelaat of niet. Bij weigering zou het kunnen dat niet alle mogelijkheden van de website functioneren.