Op een veel te korte winterdag spoorden we naar Dinant om eerst langs de Maasvallei, en dan langs de Lesse vallei, naar het stationnetje van Gendron-Celles te stappen. Na bijna 24 km, een 5-tal pittige hellingen, veel te veel rustpauzes, en glibberig geploeter langs slijkpaden, kwamen we in het pikkedonker toe op onze eindbestemming. Kortom, een etappe waar elke wandelaar moet van genieten!

Voor ons blijft dit één van de GR klassiekers in Wallonië. En je hoeft er alleen maar de trein voor te nemen.

 

Kaart     Reis info     Foto impressie     De wandeling     Andere GR's in de streek

 

Kaart

(als de kaart niet verschijnt, klik dan even op de refresh knop van je browser)

{gpxtrackmap}gr-126-dinant.gpx{/gpxtrackmap}
(deze track is gekopieerd van de grsentiers.org website - de Waalse GR organisatie - en toont de situatie in juni 2017; de meest recente situatie vind je altijd bij hen)

 

Reis info

Met de trein naar Dinant. Vanaf het station is het nog geen kilometer stappen tot bij het begin van de wandeletappe.

Op het eindpunt van de wandeling ligt het stationnetje van Gendron-Celles. Dit is de lijn Libramont - Dinant. In het toeristisch seizoen passeren er bijna ieder uur treinen zodat je makkelijk terug in Dinant raakt (buiten het seizoen om de twee uren).

(Controleer deze info altijd zelf met de websites en apps van de betrokken openbaar vervoer maatschappijen - NMBS, De Lijn, Infotec... Dienstregelingen wijzigen regelmatig, en verschillen naargelang dag en uur van de verplaatsing)

 

Foto impressie 

ozio_gallery_lightgallery

 

De wandeling

Het wandeltraject van Dinant tot Gendron-Celles is geen onbekende voor ons. Vroeger liepen we al verschillende (niet-GR) tochten in de streek, en we merkten toen al dat ze hun inspiratie meestal bij de GR routes halen. Op die manier wisten we tenminste dat dit GR 126 traject meer dan de moeite waard zou zijn.

We verlaten Dinant langs de N936 en klimmen tot boven bij de Citadel. Meteen hebben we ons eerste pittige klimmetje van de dag achter de rug. Het pad loopt nu hoog boven Dinant en volgt de rand van de steile hellingen die boven de stad uit torenen. We passeren de Tour de Mondort waar ook de kabellift uitkomt waarmee de meeste toeristen de Citadel bereiken. 't Zijn maar zotten en GR stappers die te voet naar boven gaan.

We vervolgen onze weg. Een verre politie- of ambulancesirene verraadt de aanwezigheid van de stad. We komen bij een uitzichtpunt en vragen ons af waarvoor al dat misbaar moest dienen. Alles lijkt vredig en toch moet er iets misgegaan zijn in dat ministadje beneden ons.

De stad ligt al vlug helemaal achter ons en over het open plateau lopen we op het gehucht Herbuchenne af. Een statige boerderij en nog een klimmetje later staan we bij het Copernic observatorium. Wat later dalen we langs een zigzaggend pad af naar de N94 en staan we terug beneden aan de Maas bij de beroemde Bayard rots.

Het wandelpad langs de Maas voert stroomopwaarts naar Anseremme, de plaats waar in de zomermaanden de Lesse zijn kajakkers uitspuwt in de Maas. Velen nemen hier de trein naar Gendron-Celles of Houyet om daar hun kajaktocht te beginnen. Maar nu is alles rustig. De kajaks doen hun winterslaap, hopend dat de Lesse zich voldoende herstelt om tegen Pasen opnieuw overrompeld te worden door hordes enthousiaste recreanten. Als kajakker zie je de Lesse vallei vanop het water, als wandelaar krijg je de kans om het eens van bovenuit te bekijken, en vooral om ook eens stil te staan bij alle boeiende natuur- en cultuurverschijnselen die je langs deze rivier kunt ontdekken. Maar eerst gaan we nog een stukje Maasvallei ontdekken.

We blijven het pad langs de Maas volgen en passeren de gebouwen van een 15de eeuwse priorij en kerk die vroeger ressorteerden onder de abdij van Saint-Hubert. Aan de overkant van de stroom spiegelt de indrukwekkende Moniat rots zich in het water. Nog een jachthaventje en wat bebouwing verder duiken we de smalle bosstrook in die de alsmaar hoger wordende rotswanden scheidt van de Maas. Bij de oude steengroeven van het synclinaal van Freyr zien we hoe de natuurkrachten deze rotslagen als velletjes papier in alle richtingen geplooid hebben. Aan de overkant ligt het kasteel van Freyr met zijn Franse terrastuinen te pronken. Een mooi zicht voor de klimmers die de gelijknamige rotsen massaal opklauteren in warmere tijden.

Ook wij beginnen aan een stevige klauterpartij, maar dan langs een zigzaggend pad dat ons tot vlak bij de klimmersparking langs de Chaussée des Alpinistes (N95) brengt. We lopen naar het uitzichtpunt boven op de rotsen. Een prima picknickplaats. In de zomer duiken hier geregeld hoofden op vanuit de afgrond, meestal begeleid door het nodige metaalgekletter. Ook nu horen we dat er klimmers bezig zijn, maar ze laten zich niet zien tot we via een nog steiler pad terug de helling afdalen naar de Maas. Een drietal klimmers hebben het rijk voor zich alleen en hangen onvervaard ergens halfweg tegen de rotswand.

We laten ze netjes hangen en vervolgen ons pad door de weides die nu het uitzicht van de breder wordende vallei bepalen. Ergens tussen de beboste hellingen verstopt zich het Colébi ravijn. Het is een uniek natuurgebied dat ondertussen al jaren afgesloten is omdat het dreigde onder de voet gelopen te worden door het continue groeiende aantal bezoekers. Zelf maakten we daar ook ooit deel van uit ... een bijzondere ervaring, maar net daardoor begrijpen we dat het onvermijdelijk was dat die beslissing er ooit moest komen.

Tijd nu om de Maasvallei te verlaten. Langs een beekvalleitje waarin de typische tongvarens welig opschieten stijgen we tot de rand van het plateau. Onze route neemt hier afscheid van de GR 125 (Tour de l'Entre-Sambre-et-Meuse) die zijn tocht zuidwaarts verder zet. GR 126 draait bruusk noordwaarts en volgt een tijdlang de valleirand zodat we nog een paar panoramische zichten op de rotsen van Freyr voorgeschoteld krijgen. Uiteindelijk nemen we afscheid van de Maasvallei en komen we bij de rand van het dorpje Falmignoul.

Door de velden brengt de tocht ons nu naar de Lesse vallei. Het is halfvier en we beseffen dat we nog maar goed halfweg zijn. We waren de tijd uit het oog verloren, maar het snel afnemende daglicht zegt dat we het einde van de tocht niet zullen halen voor het goed en wel donker is. Vooral beneden in de beboste gedeelten van de smalle Lesse vallei zal de duisternis vlug invallen. We beslissen er toch maar mee door te gaan, enerzijds omdat we het terrein min of meer kennen van vroeger en niet echt riskeren te verdwalen, maar anderzijds ook omdat er weinig kans is om voor Furfooz nog uit deze streek weg te raken met openbaar vervoer. We zien wel…

We komen uit bij de Lesse tegenover het kasteel van Walzin. Nog net licht genoeg om een fotootje te nemen van deze populaire kantelplaats bij de kajakkers. Wat verder steken we via de spoorwegbrug de Lesse over, en dan begint weer een lange stijging naar het dorp Furfooz. We passeren de sierlijke rotsnaalden van Chaleux (ook een mooie picknickplaats, maar helaas niet deze keer) en komen uiteindelijk weer in wat opener terrein. We lopen het dorp snel door en dalen nu tot bij de ingang van het natuurpark van Furfooz. Wie nooit eerder deze site bezocht moet daar zeker eens wat tijd voor uittrekken. De overblijfselen van de Romeinse versterking, de door het water uitgesleten rotsboog, de afdaling langs de rotswand, de aanwezigheid van de ondergrondse Lesse, ... het is een boeiende en prachtige omgeving. Jammer genoeg krijgen we deze keer van dat alles niet veel meer te zien want het is ondertussen bijna pikkedonker geworden. We hebben nu al onze aandacht nodig om op het glibberige en rotsachtige paadje langs de Lesse niet onderuit te gaan. De rotsholen met ronkende namen zoals trou du Frontal en trou des Nutons laten we wijselijk links liggen omdat we toch niets meer zien.

Gelukkig wordt het pad wat verder terug breder en verlaten we de dichtbegroeide rand van de Lesse. De lichten van de N910 en van het stationnetje van Gendron-Celles duiden het eindpunt van deze wandeletappe aan.

Het is net geen zes uur, we kunnen dus rustig de tijd nemen om in de Auberge de la Lesse terug wat aan het licht te wennen en de energie op peil te brengen met een hartige hap. Rond acht uur staan we moederziel alleen op het schaars verlichte perronnetje te wachten op de trein die ons terug thuis moet brengen.

Gezien de korte winterdagen hebben we duidelijk de afstand en de moeilijkheidsgraad van deze wandeling onderschat... Wie dezelfde route in de winter wil volgen kan er beter wat vroeger op de dag aan beginnen. Het is alleszins de moeite waard. Dit is een echte GR klassieker!

 

Andere GR's in de streek

GR 125: Falmignoul - Floriffoux (60,4 km)
GR 125: Hastière - Falmignoul (11,8 km)

GR 129: Ermeton-sur-Biert - Dinant (26 km)
GR 129: Dinant - Gendron-Celles (17 km)
GR 129: Gendron-Celles - Houyet (8,6 km)

GR 575/576: Celles - Spontin (16,7 km)
GR 575/576: Ciney - Celles (19,2 km)