De laatste etappe van het GR 129 pad zoals beschreven in de Franstalige topogids Ronse - Dinant.

De tocht is zonder meer een must voor iedereen die houdt van een stevige wandeling door een zowel cultureel, historisch als landschappelijk interessante streek. Wij hebben er alleszins van genoten.

 

Kaart     Reis info     Foto impressie     Wandelverslag     Andere GR's in de streek

 

Kaart

(als de kaart niet verschijnt, klik dan even op de refresh knop van je browser)

{gpxtrackmap}gr-129-ermetonsurbiert.gpx{/gpxtrackmap}
(deze track is gekopieerd van de websites groteroutepaden.be en grsentiers.org, en toont de situatie in juli 2017; de meest recente situatie vind je altijd bij hen)

 

Reis info

Ermeton-sur-Biert is rechtstreeks te bereiken per bus vanuit Namur. Wel opletten, er gaat maar één bus en die vertrekt om 9.20 u aan het station van Namur. Wie die mist kan de wandeling vergeten...
De bus doet er vanaf Namur station ongeveer een uur over tot in Ermeton-sur-Biert.

Terugkeren vanuit Dinant is geen probleem. De tocht eindigt aan het treinstation en er zijn regelmatige verbindingen naar Namur en Brussel.

Vanuit Dinant rijdt er een bus naar Ermeton-sur-Biert, zodat je makkelijk terug kunt naar het beginpunt van de wandeling.

(Controleer deze info altijd zelf met de websites en apps van de betrokken openbaar vervoer maatschappijen - NMBS, De Lijn, Infotec... Dienstregelingen wijzigen regelmatig, en verschillen naargelang dag en uur van de verplaatsing)

 

Foto impressie 

ozio_gallery_lightgallery

 

De wandeling

Net zo verlaten en rustig als het dorp er vorige keer bij lag vinden we het ook deze keer terug. De verleiding om lang in Ermeton-sur-Biert te blijven hangen is trouwens niet erg groot. Aan de kerk vinden we nog een café, maar als we wat dichterbij komen zien we al vlug de borden 'A louer'…

Voor we het weten staan we midden in de velden en ligt het dorp achter ons. Als we het Bois Gilles induiken horen we in de verte schoten. Er moet ergens een jacht bezig zijn. We hebben ons nochtans zo goed mogelijk geïnformeerd over de drijfjachten die vandaag in de streek gepland zijn, en ons parcours zou volledig jachtvrij zijn. Maar het blijft altijd een gok want de websites waarop de jachten aangekondigd worden verwittigen meestal dat ze niet van alles op de hoogte kunnen zijn. Het risico dat we onderweg op een 'Battue' bord stuiten dat ons de doorgang formeel ontzegt kan dus nooit helemaal uitgesloten worden... en dan wordt het zoeken naar een alternatieve route - als die er al is - of terugkeren en kilometers ver omlopen. Duimen maar dat die schoten niet langs ons traject gelost werden.

Het Bois Gilles vormt alleszins geen probleem en wat verder zien we al de kerk van de abdij van Maredret boven de bomen uitsteken. We lopen de binnenkoer op en kunnen een blik werpen in de abdijkerk. De benedictijner nonnen die hier de dienst uitmaken zijn bekend voor het verluchten van manuscripten allerhande, een door de boekdrukkunst nagenoeg vergeten specialisatie. Hun atelier zou ver over de landsgrenzen bekend zijn en nog altijd volop opdrachten krijgen voor nieuwe werken. De miniaturen worden helemaal volgens de oude tradities gemaakt.

Nog geen twee kilometer verder staan we al bij de veel grotere abdij van Maredsous. Hier zijn het benedictijner paters die het bedrijf draaiende houden. Hun bekende bier- en kaasproducten lokken uiteraard meer volk dan de verheven kunst van het miniaturen schilderen. Maar naast de eetbare geneugten hielden ook deze paters zich met de dingen des 'geest' bezig. Zo organiseerden ze tot voor kort een bekende kunstacademie (nu overgebracht naar Namur), maar daar blijft enkel een keramiek atelier van over. Voor ons is dit alleszins een erg drukke plek. De grote parkings zijn een goede graadmeter voor de hoeveelheid bezoekers die hier doorgaans langskomen. We zijn niet gewoon zoveel volk te zien tijdens onze tochten. Wie een drukke toeristische trekpleister zoekt komt in deze abdij zeker aan zijn trekken.

Langs een al even druk stuk autoweg dalen we af naar het vroegere treinstation van Maredsous. Dit is ook de plaats waar we het riviertje de Molignée oversteken. De Molignée vallei is zowat het toeristische handelsmerk van de streek, met attracties zoals de abdijen die we net passeerden, maar ook de verhuur van draisines (spoorfietsen) en oude kasteelruïnes zoals die van Montaigle. We vinden hier een kleine taverne, de ideale plaats om even halt te houden voor een hartige hap en om ondertussen enkele draisines te zien vertrekken. Net cuistaxen (wie kent dat woord nog?), maar dan op sporen en nog veel minder wendbaar…

Na de pauze hebben we terug genoeg energie om het Bois St-Hubert in te klimmen. Op de smalle verkeersweg die we amper 100 m moeten volgen worden we ei zo na weggemaaid door een gek die in een bocht een vrachtwagen probeert voorbij te steken. Mijn arm werd geraakt door zijspiegel. We zagen de passagiers achterom kijken, maar de wagen reed gewoon door. Noemen ze zoiets niet vluchtmisdrijf? Maj had in alle geval de nummerplaat genoteerd, maar omdat er geen letsels waren hebben we het maar zo gelaten. Het duurde wel een tijdje voor onze hartslag terug normaal was.

Een afwisseling van bospaden en veldwegen brengt ons in de buurt van Sosoye en voert dan verder tot het gehucht Le Marteau waar we de ruïnes van het kasteel van Montaigle kunnen bewonderen. Een jong koppel met kinderkoets komt ons tegemoet. Ze verwittigen ons dat de ruïnes gesloten zijn, de ontgoocheling klinkt door in hun stem. Voor ons geen probleem. We hebben genoeg aan het mooie uitzicht, en we moeten opschieten want de dag is kort en de weg nog lang.

We klimmen het Bois de la Saute in langs een prachtig wild valleitje en komen dan op de hoogvlakte terug in open landschap terecht. Voor ons ligt Haut-Le-Wastia. Een taverne vlak bij het oorlogsmonument is te verleidelijk om er zomaar voorbij te lopen.

We duiken terug de bossen in en komen er pas uit bij het gehucht Granges. Door de bomen hebben we ondertussen in de verte de Maasvallei te zien gekregen. Vanaf Granges - niet meer dan een paar grote boerderijen - beginnen we langzaam naar daar af te dalen. Maar voor we daar zijn moeten we nog eerst het Bois de Noirmont door. Ondertussen horen we al een tijdje schoten in de verte. Als we wat later een groepje natuurgidsen-in-opleiding tegenkomen blijkt dat de knallen van de overkant van de Maas komen en dat het om een wedstrijd kleiduifschieten gaat. Gelukkig dan toch geen jachtpartij op ons parcours ...

We lopen nu vlak bij de Maas, maar nog altijd boven op het plateau. Het GR 129 traject volgt een lange tijd de smalle bosstrook die de valleihelling bedekt. Dit is een nogal saai stuk, maar dat wordt ruimschoots goed gemaakt als we uiteindelijk terecht komen bij de ruïnes van het kasteel van Crèvecoeur. We hebben er een prachtig zicht op het beneden gelegen Bouvignes en de Maas. Ook de afdaling naar het dorp mag er zijn. Een pad dat zich heerlijk zigzaggend naar beneden stort. Voor we het weten staan we bij de kerk van Bouvignes.

Het einde van de tocht nadert. Wie dacht dat het nu gedaan was met klimmen komt echter bedrogen uit. We trekken terug de valleiflank op, passeren het domein van Meez, en lopen dan door een bosstrook boven de stad Dinant. Ter hoogte van het Collège Notre-Dame de Bellevue volgt een laatste steile afdaling en uiteindelijk staan we bij het station van Dinant.

 

Andere GR's in de streek

GR 126: Burnot - Dinant (26,2 km)
GR 126: Dinant - Gendron-Celles (23,7 km)

GR 125: Falmignoul - Floriffoux (60,4 km)