GR 571: Vielsalm - Gouvy (15,2 km)

IMG 0274

Een korte etappe, opgelegd door de mogelijkheden van het openbaar vervoer.
Maar kort heeft ook zijn voordelen. Tijd over om maximaal te genieten van deze mooie en rustige streek.

Als treinwandeling is deze tocht ideaal te combineren met de vorige op dit GR traject (Trois-Ponts - Vielsalm).

 

Kaart

(deze track is gebaseerd op informatie uit de website grsentiers.org, de Waalse GR organisatie; consulteer altijd hun website voor de meest recente situatie)

 

Reis info

We kampeerden in Vielsalm zodat we 's morgens rustig naar het vertrekpunt van de wandeling konden stappen.

De tocht eindigt bij het treinstation van Gouvy. Van daar konden we de thuisreis aanvatten met de trein naar Liège. De trein rijdt wel maar om de twee uren.

(Controleer deze info altijd zelf met de websites en apps van de betrokken openbaar vervoer maatschappijen - NMBS, De Lijn, Infotec... Dienstregelingen wijzigen regelmatig, en verschillen naargelang dag en uur van de verplaatsing)

 

Sfeerbeelden

  • IMG_0250
  • IMG_0251
  • IMG_0252
  • IMG_0253
  • IMG_0254
  • IMG_0255
  • IMG_0257
  • IMG_0259
  • IMG_0260
  • IMG_0262
  • IMG_0264
  • IMG_0266
  • IMG_0268
  • IMG_0269
  • IMG_0270
  • IMG_0271
  • IMG_0272
  • IMG_0273
  • IMG_0274
  • IMG_0275
  • IMG_0276
  • IMG_0277
  • IMG_0278
  • IMG_0279
  • IMG_0281
  • IMG_0283
  • IMG_0285

 

De wandeling

Vielsalm is voor ons niet meteen 'een boeiende plaats', toch niet als stadje. Er is een winkelstraat en er zijn verschillende eetgelegenheden waarbij vooral het grote aantal pizzatenten opvalt. Daarnaast kan Vielsalm prat gaan op een kunstmatig meer dat ontstaan is achter een afdamming van de Salm. Maar bovenal staat Vielsalm bekend om zijn hekserij. De 'macralles' en hun bosbessenfeesten (Fêtes des Myrtilles) houden de stad ieder jaar rond 20 juli volledig in hun greep, maar de rest van het jaar moeten de bezoekers het doen met een standbeeld en veel commerciële stemmingmakerij.

Na een rustig nachtje op de camping kunnen we 's morgens in alle vroegte de tent afbreken en vertrekken. Vandaag staat een redelijk korte tocht op het programma en daarom besluiten we die met bepakking te doen. Het voordeel is dat we dan van in Gouvy onmiddellijk kunnen doorreizen naar huis. Eerst dachten we nog de rugzakken ergens bij het station van Vielsalm achter te laten om ze dan bij de terugkeer vanuit Gouvy op te pikken. Door die tussenstop hadden we echter nog eens 2 uren moeten zoekbrengen in Vielsalm en dat leek ons van het goede toch wat te veel.

Waar we de vorige dag vanaf ons eindpunt alleen nog maar moesten afdalen tot in Vielsalm, moeten we vandaag dat stukje in omgekeerde richting lopen. Niks beter om goed wakker te worden dan een stuk omhoog stappen met een rugzak. Het omhoog stappen houdt trouwens niet op eenmaal we het vertrekpunt van de wandeling bereikt hebben. Op goed anderhalve kilometer moeten we van 395 m stijgen tot 520 m, naar een plek die 'le Bonalfa' genoemd wordt. Er valt niets te beleven of te zien, maar de zichten zijn er wel de moeite.

De topogids waarschuwt ons dat de volgende afdaling erg steil is en bij vochtig weer zelfs glibberig glad. Het pad passeert ook langs oude groeves en is daar niet beveiligd. Die verwittigingen zijn sterk overdreven, maar we worden wel met een andere moeilijkheid geconfronteerd. Er is pas een halve heuvelwand bos geveld en ons pad diende daarbij als de bovengrens van het te kappen gedeelte. Hier en daar kunnen we nog net de rand van het pad onderscheiden, de rest is verdwenen onder een hoop hout- en grondafval. Na dit wat moeilijkere stuk dalen we verder tot bij de indrukwekkende toegangspoort van het vroegere kasteel van de graven van Salm.

We lopen het dorp Salmchâteau in en steken terug de Salm over. In tegenstelling tot Vielsalm is Salmchâteau een erg stemmig plaatsje. Niet te verwonderen dat Victor Hugo hier op één van zijn vele bezoeken aan de Belgisch - Luxemburgse grensstreek halt hield en het mooie zicht op de oude brug over de Salm in één van zijn schetsen vereeuwigde.

Salmchâteau staat bekend als het centrum van de slijpsteen, de "coticule". Het gaat om een natuurgesteente dat in de streek gewonnen werd (onder andere in de oude groeves die we hogerop passeerden) en dat algemeen beschouwd wordt als het beste materiaal om iets fijn te slijpen. Het werd vroeger vooral gebruikt voor de vervaardiging van scheermessen, scalpels, beitels, gutsen... Er zijn maar een paar plaatsen in de wereld waar dit gesteente gevonden wordt en de verwerking ervan is een enorm arbeidsintensief proces. Het steekt in erg dunne laagjes tussen de leisteen die hier overal voorkomt. Pas na heel wat bewerkingen kan het als een slijpsteen verkocht worden. In het begin van de 20ste eeuw verdienden een paar honderd arbeiders hun brood met de coticule. In Salmchâteau is een museum aan de coticule gewijd, en er is tegenwoordig zelfs een bedrijfje opnieuw bezig met de productie van de ambachtelijke coticule.

We verlaten Salmchâteau door langs een kruisjesweg terug hogere oorden op te zoeken. Bij het gehuchtje Cierreux dalen we nog even tot onder de 450 m, maar de rest van de tocht blijft nu voortdurend flirten met de 500 m grens. Dit is de streek van de bovenloop van de Salm (de Glain). Het riviertje heeft zich hier nog niet zo diep in het landschap kunnen insnijden en dus blijven de hoogteverschillen eerder beperkt.

Na een heerlijk open landbouwgebied duikt het traject terug de bossen in. Ook hier is enorm veel bos gekapt. De jonge aanplant biedt weinig bescherming tegen de ondertussen al hard priemende zon. We hebben amper 10 km gelopen, maar de warmte doet zich voelen.

We steken een laatste keer de Glain over bij een plaats die St-Martin genoemd wordt. Op deze hoogte is het riviertje amper een beek. Net zoals bij Salmchâteau vertrekt hier een kruisweg naar een kapel wat verderop. De plaats is verbonden met een legende waarin een gouden geit en een schat de hoofdrol spelen. Ook rond de ruïnes van het kasteel van Salmchâteau bestaat een dergelijke legende. De Ardennen hadden wat met geiten, en het dier veroverde zich dan ook een prominente plaats in de sagen en legenden van de streek.

Bij het uitlopen van de bossen stoten we op een voor ons nieuw type rustbank. We zagen ze eerder al in fotoreportages over de nieuwe 'hoge kwaliteit wandelwegen' (pamperwandelingen). Het gaat om een kruising tussen een zitbank en een relaxzetel, iets wat mooi past in de huidige lounge trend. We hebben het ding meteen uitgeprobeerd, maar makkelijk vinden we het niet zitten (of is het liggen)? Misschien kan een speciaal matje (dat dan voortaan ook deel moet uitmaken van de wandeluitrusting) soelaas brengen…

De laatste kilometers leiden ons naar Gouvy. Het dorp is vooral bekend als laatste Belgisch treinstation op lijn 42 Liège - Luxembourg. Nog net voor Gouvy komt de bekende GR 57 route (Liège - Diekirch) samen met ons traject. Aan GR paden ontbreekt het hier alleszins niet.

 

Andere GR's in de streek

GR 5

GR 57: Bistain - Gouvy (14,3 km)
GR 57: Gouvy - Troisvierges (18,6 km)

Facebook

Door verder te surfen op deze website gaat u akkoord met het gebruik van cookies voor een betere surfervaring, voor bezoekers statistieken en voor het linken met sociale media. U kunt dit ook weigeren.