GR 412: Circuit C3 Liège (10,3 km)

IMG 20190131 152709368 HDR 

Een korte lus door het Luikse steenkoolverleden. Van verval en goorheid is hier geen sprake meer, het gebied heeft zich goed hersteld. Alleen de terrils blijven het landschap vorm geven, maar nu als groene bakens bij de Maasvallei.

 

Kaart

(deze track is gebaseerd op informatie uit de website grsentiers.org - de Waalse GR organisatie; consulteer altijd hun website voor de meest recente situatie)

 

Reis info

De wandeling start en eindigt bij het treinstationnetje van Herstal. De rit van en naar Liège-Guillemins (lijn Liège - Liers - Tongeren - Hasselt) duurt ongeveer 15 minuten.

(Controleer deze info altijd zelf met de websites en apps van de betrokken openbaar vervoer maatschappijen - NMBS, De Lijn, Infotec... Dienstregelingen wijzigen regelmatig, en verschillen naargelang dag en uur van de verplaatsing)

 

Sfeerbeelden

 

De wandeling

Wie deze tocht onvoorbereid stapt zal zich afvragen waar al dat steenkoolverleden heen is. Behalve het zicht op enkele terrils en een verlaten kale mijnsite duikt er onderweg weinig of niets op dat naar de vroegere mijnactiviteiten verwijst. Nochtans is het wel degelijk de steenkoolontginning die dit gebied op de grens van Liège en Herstal vorm gaf. De vele verspreide woonkernen ontstonden dicht bij de mijnterreinen. De paadjes, waaronder enkele lange trappenvluchten, herinneren aan de dagelijkse verplaatsingen te voet naar de mijnen. Maar de tijd heeft hier duidelijk niet stil gestaan. Er is ondertussen heel wat gerenoveerd en nieuw opgebouwd, de buurten zien er verzorgd uit, de mijnsites zijn afgebroken en kregen meestal andere bestemmingen.

Net daarom is het interessant om toch iets meer te weten over de steenkoolgeschiedenis in het Luikse bekken. Laat dan je fantasie op hol slaan om je in te beelden hoe het er vroeger in de streek moet aan toe gegaan zijn. 

Op de hellingen van de Maasvallei bij Liège wordt al steenkool gewonnen lang voor er sprake is van de grootschalige industriële mijnsites uit de 19de en 20ste eeuw. Sommige steenkooladers kwamen er gewoon aan de oppervlakte. Archeologische opgravingen tonen aan dat de Romeinen de zwarte steenbrokken al gebruikten om er hun baden mee te verwarmen, en tegen de 13de eeuw was het gebruik van steenkool als brandstof wijd verspreid in de streek. Met de Maas als ideaal transportmiddel raakte het Luikse steenkoolbekken al eeuwen geleden internationaal bekend en kwam men de ontginningen van heinde en verre bestuderen om de gebruikte technieken over te nemen. Het waren de Luikenaars die het eerst drainagekanalen groeven om het probleem van de waterinsijpeling in hun mijnschachten te verhelpen. De schachten waren erg smal en ondiep (25 tot 80 meter) en konden enkel op de valleihellingen uitgegraven worden. Per exploitatie brachten 10 à 15 mijnwerkers dagelijks zo'n 200 kg steenkool naar de oppervlakte. Tegen de 16de eeuw bereikte de jaarproductie in het Luikse bekken op die manier 90.000 ton. De Maashellingen waren dan ook bezaaid met tal van kleinschalige exploitaties.
Van die ambachtelijke steenkoolwinning is al lang niets meer te merken. Je kunt alleen proberen alle bebouwing weg te denken en je hier en daar een werkhut voor te stellen met daarnaast een houten takelinstallatie boven een schacht. Overal modderige paden waarlangs met paard en kar de kolen naar de vallei gebracht werden.

Het duurt tot de 18de eeuw voor allerlei nieuwe uitvindingen de aard van de exploitatie compleet veranderen. De eerste Newcomen stoommachine op het Europese continent werd in 1720 in deze regio geïnstalleerd. Ze werd gebruikt om water uit de mijnen te pompen. Die machines werden wat later al vervangen of omgebouwd naar de veel efficiëntere stoommachines van James Watt. Nieuwe verluchtingssystemen lieten toe de mijnen ondergronds uit te breiden met van de schacht weglopende horizontale gangen. Ademhalingstoestellen, pneumatische boorhamers..., de technologische revolutie maakte grootschaliger exploitaties mogelijk, zodat tegen 1810 jaarlijks al 350.000 ton steenkool geproduceerd werd. Door de nieuwe technieken kon vanaf begin 19de eeuw nu ook in de valleivlaktes steenkool naar boven gehaald worden. De opkomst van de ijzerindustrie met haar enorme behoefte aan cokes zorgde voor de definitieve boom. In 1844 werd 1 miljoen ton steenkool geproduceerd, in 1880 al 4 miljoen ton. Door concentratie verminderde het aantal mijnen, maar de exploitaties werden nog grootschaliger. In de 18de eeuw produceerde de grootste mijn amper 20.000 ton, tegen eind 19de eeuw haalde één grote mijn al een jaarproductie van 460.000 ton.
Een tweede vernieuwingsgolf begin 20ste eeuw vond ook alweer plaats in de Luikse regio. De eerste Belgische elektriciteitscentrale werd er gebouwd in 1899, de eerste elektrische kolenextractie begon er in 1903. Het Luikse bekken bereikte zijn hoogtepunt in 1913 met een productie van 6 miljoen ton steenkool door 73 mijnen. Dat was een kwart van de toenmalige Belgische steenkoolproductie. Rond Wereldoorlog I waren er 40.000 mijnwerkers aan de slag in de regio. Vanaf 1920 beginnen de minder rendabele mijnen te sluiten, maar globaal genomen blijft de sector tot rond 1950 op volle toeren draaien. Rond die tijd sluit België een akkoord met Italië om 50.000 werkkrachten te leveren. In ruil levert België jaarlijks 3 ton steenkool aan Italië. Verkocht voor wat zakken steenkool... En dan slaat de crisis toe. De Waalse steenkoolproductie is te duur door de moeilijke geologische omstandigheden, en kan niet meer op tegen de lagere prijzen van de ingevoerde steenkool. Een voor een sluiten de mijnen hun deuren. In 1980 valt het doek over de Luikse mijnindustrie met de sluiting van de Argenteau mijn in Blegny-Trembleur.

Vanaf het stationnetje van Herstal gaat het via wat trappen naar een woonstraat met door de bomen uitzicht op de spoorweg beneden en de industrie in de Maasvlakte. Als de weg weer hoogte neemt komen we terecht op het GR 412 traject. Links ligt de terril van Bernalmont. De installaties waar de kolen gewassen en gesorteerd werden lagen beneden de terril langs de spoorweg. De eigenlijke mijnsite lag hoger en dat is waar we wat verder zullen langskomen. Beide sites waren verbonden door een tunnel.

Screenshot 20190207 181705Voorbij een bouwwerf slaan we rechtsaf. We lopen langs een bebost omheind domein. Binnen de bosrand ligt de Golf van Bernalmont, aangelegd op de terreinen van de Grande Bacnure mijnsite (waarbij de terril van Bernalmont hoort). De mijn sloot haar poorten in 1960. De installaties werden afgebroken in 1990. Op het golfterrein zijn nog de 2 afgesloten mijnschachten te zien, tenminste als er geen sneeuw ligt, en je als wandelaar de rondvliegende golfballen wil trotseren.
Al vlug passeren we de toegang tot de golfterreinen waar het kasteel van Bernalmont in sneeuwvrije tijden de balletjesputters verwelkomt in een chique brasserie. Je kunt er zelfs logeren. Het kasteel gaat terug tot de 14de eeuw maar werd verschillende keren verwoest in de loop der tijden en telkens heropgebouwd. Al in de 15de eeuw werden de Bernalmonts eigenaren van verschillende mijnen. De familie bezat het kasteel tot in de 18de eeuw. In 1919 verwierf de mijnmaatschappij van de Grande Bracnure de gebouwen. De directeur verbleef er tot het einde.
Voorbij het kasteel volgt GR 412 nog geruime tijd een pad langs de witte golfterreinen. In de verte verraadt een rood vlaggetje een onzichtbare hole tegen de achtergrond van de terril van de Petite Bacnure.

Door een kleurrijk nieuwbouw woonerf komen we terecht in de Thier-à-Liège woonwijk. Na wat bebouwing voert een pad ons langs de terril van de Batterie Nouveau. De exploitatie viel onder een mijnconglomeraat dat verschillende sites in de streek beheerde. Sommige ervan gaan terug tot de 16de eeuw. Wat verder, waar we afsplitsen van het GR 412 hoofdtraject, ligt de site van de Mine Bonne-Fin et Banneux. Ook hier is enkel een kaal terrein te zien. Onder de sneeuw zijn nog net de randen van de afgesloten putten zichtbaar.

Langs een bochtend dalende kasseiweg passeren we de gedenkkapel voor Walthère Dewé. Hij was een directeur van de telefoonmaatschappij, maar zowel in Wereldoorlog I als II stond hij aan het hoofd van een verzetsgroep die zoveel mogelijk informatie doorspeelde over de Duitse bezetting aan de geallieerden. Hij werd doodgeschoten tijdens een missie in 1944. De kapel ligt op een plek die zicht geeft op de iets verder gelegen citadel van Liège. Nog verder dalend gaat het dan richting de citadel. Sneeuw of geen sneeuw, een schaapherder hoedt zijn kudde op de hellingen. Na een stevige trappenklim bereiken we de rand van het citadelpark.

Ook hier bevonden zich vroeger verschillende mijnschachten. Een ervan kan nog altijd bezichtigd worden, het is een van de oudste mijnen in België. Het werk in die vroege mijnen was levensgevaarlijk. Overstromingen en instortingen gebeurden regelmatig, zodanig dat rond 1830 de authoriteiten weigerden om nog nieuwe concessies toe te staan in dit gebied. In 1875 werden de exploitaties op deze hellingen zelfs helemaal stopgezet.

We verlaten de citadel langs het Bois des Carmelites, langzaam dalend naar de Fond des Tawes. Onderweg krijgen we door de kale bomen mooie zichten op de stad onder ons. Eenmaal het bos uit opent zich een groen gebied, erg verrassend in deze toch wel drukke stadsomgeving. Van de 9de tot in de 19de eeuw bevonden zich hier heel wat wijngaarden. Een lange rij trappen voert ons weer wat hoger om dan terug te dalen. Een nog langere rij trappen doet even naar adem happen en wat verder bereiken we de Cité de Tribouillet. De wijk, gebouwd op de rand van een plateau hoog boven de stad, werd aangelegd tussen 1920 en 1960 voor de vele arbeiders. Ze biedt een staalkaart van verschillende bouwstijlen uit die periode. Ook hier krijgen we mooie zichten op de onderliggende stad. Nog even dalen en dan stijgt het een laatste keer langs de Rue des Petites Roches naar de plaats waar we de uitlooproute naar het station terugvinden. De straat heeft haar naam niet gestolen. Op verschillende plaatsen werden de schistrotsen weggekapt om het wegtracé te kunnen aanleggen.

Als we het station bereiken valt ons oog op de inscriptie hoog in de gevel van het gebouw: Chemins de Fer de l'Etat - Staatsspoorwegen. Dat waren nog eens tweetalige tijden. 

 

Andere GR-tochten in de streek

GR 412 (Pad van de Waalse Terrils)

GR 579: Awirs - Liège

GR 57: Angleur - Esneux
GR 57: Barchon - Angleur

GR 573: Angleur - Nessonvaux

 

Door verder te surfen op deze website gaat u akkoord met het gebruik van cookies voor een betere surfervaring, voor bezoekers statistieken en voor het linken met sociale media. U kunt dit ook weigeren.