GRP 563 Wandeltip

Het Land van Herve 

Op Weg 2018-1: De altijdgroene Ronde van het Land van Herve

Tot vorig jaar kende Wallonië enkel wit-rode GR-paden, geen geel-rode Streek-Gr's. In maart 2017 kwam daar verandering in. Toen werd de eerste Waalse GRP (GR de Pays) aan de pers voorgesteld. Maar niet alleen de kleur van de bewegwijzering wijzigde, het traject werd grondig bijgespijkerd, zowel op het terrein als op papier.

Tekst en foto's Luc Verdegem

Ook los van het geel-rode verhaal is deze 160 km lange GRP een buitenbeentje in het uitgebreide Waalse GR-netwerk. Als overgangsgebied toont het Land van Herve weinig gelijkenissen met de rest van Wallonië. De streek grenst in het noorden aan de Vlaamse Voerstreek en Zuid-Limburg, in het zuiden aan de Ardennen, in het oosten aan het Hertogenwoud en de Eifel en in het westen aan de Maasvallei. De glooiende, altijdgroene weidelandschappen, omheind met de typische hagen, zijn hét toeristische handelsmerk van de streek. De hoogteverschillen zijn beperkt. De lage heuvels variëren van 200 tot 350 meter hoogte. Er is weinig industrie. Het enige stadje van belang in het 450 km² grote gebied is Herve. De hoofdactiviteit is landbouw met de nadruk op veeteelt en fruitteelt. Het bekendste streekproduct is de sterk geurende Hervekaas, pittig en toch zacht romig (wel handen wassen na het proeven). Voeg daar nog cider, appel- en perenstroop, fijne vleeswaren en bieren aan toe, en het lijkt wel een stukje luilekkerland.

Ook cultureel, economisch en geschiedkundig is GR 563 een buitenbeentje. Tot de Franse Revolutie was de streek verdeeld tussen het graafschap Dalhem en het Hertogdom Limburg. De hoofdplaats Limbourg heerste vele eeuwen als een oninneembare burcht over de streek, tot Lodewijk XIV de versterkingen in de 17de eeuw liet afbreken. Taalkundig ligt de streek op de grens van Romaans en Germaans Europa. Je wordt er nu eens aangesproken in het Duits, dan weer in het Platdiets of in het Frans. En wie kent nog Neutraal Moresnet, dat uniek geopolitiek curiosum dat een eeuwlang tussen Duitsland, Nederland en België genesteld lag? Of het rustige dorp Raeren dat rond de 17de eeuw een wereldcentrum van de pottenbakkerij was? Raerense keramiek werd over gans Noord-Europa tot in Rusland geïmporteerd en vond zelfs zijn weg naar de overzeese koloniën. Aan de Maaskant tot slot onderstreept de enorme terril van Micheroux het belang van de vroegere steenkoolindustrie.

Stof genoeg dus om van deze eerste Waalse GRP een boeiende en afwisselende ontdekkingstocht te maken. Als nadere kennismaking beschrijven we twee wandeletappes op het traject.

 

Glooiende, altijdgroene weidelandschappen 

ETAPPE 1

Olne - Herve

Met twee van de 'mooiste dorpen van Wallonië' kan deze tocht al niet meer stuk. In Olne bepalen de Maaslandse renaissance en de 17de en de 18de eeuw het uitzicht van de met kalksteen opgetrokken woningen en boerderijen. De Sint-Sebastiaankerk met kerkhof en muur rondt het geheel mooie af. Olne was en is nog altijd een welstellend dorp. Een dalend pad stuurt ons richting Nessonvaux in de Vesdervallei. Dit is volop genieten van de uitzichten. Net boven het dorp slaan we een pad in dat de valleiflank volgt. We stoten op een girafachtig dier, mooi in elkaar gezet met allerlei afvalmateriaal. Wegwerpkunst?

We steken een heuvelkam over en kijken uit over het valleitje van de Ruisseau de la Hazienne. Over een mix van asfalt en onverharde paden gaat het richting Soiron, ook al een van de 'mooiste dorpen van Wallonië'. Het plaatsje, gelegen op een hoogte langs de Bolabeek, laat zich al van ver bewonderen. In dit landschapsdecor verwacht je ieder moment een kunstschilder die het tafereel realistisch, impressionistisch of expressionistisch probeert te vereeuwigen. Zolang het maar geen dadaïst of kubist is, want zo'n behandeling verdient dit mooie decor niet. We houden even halt in het dorp en kunnen alleen maar beamen dat het zijn title niet gestolen heeft. We vinden er zelfs een aangename brasserie en dat is ook al geen evidentie in deze omgeving.

Wegwerpkunst?Langs een veldweg gaat het verder tot we terug op amper een kilometer van Olne staan. We maken rechtsomkeer en volgen een smal paadje langs hagen en afsluitingen, soms door een groentunnel. Een kort stukje Rue Turlurette maakt ons nieuwsgiering naar dit prettig klinkende woord. Het zou een gitaarachtig instrument geweest zijn in de 14de eeuw. Andere bronnen hebben het over een fluitje dat in die tijd vooral door troubadours en bedelaars bespeeld werd. Maar het kon ook een wispelturige, nogal uit de hoogte doende vrouw zijn...

Xhendelesse laten we links liggen en op weg naar Huberfays krijgen we enkele weidedoorsteken cadeau. Deze passages zijn typisch voor GR 563 en het Land van Herve. Van draaipoortje naar kantelpoortje of opstapje, het is iets wat bij ons helaas maar op weinig andere plaatsen kan. Voorbij Hubertfays gaat het op Herve aan. Ook dit deel loopt overwegend dwars door weides terwijl in de verte het viaduct van de HST en de E40 nadert. Daar voorbij komen we terecht op een RAVel die naar het vroegere station van Herve leidt. Het fietspad is aangelegd op spoorlijn 38 die het Land van Herve doorkruiste van Hombourg (Plombières) tot Chênée bij Luik. Het is een van de oudste en bekendste stukken RAVel in Wallonië. In het station is nu het toerismekantoor van Herve gevestigd. Er is ook een taverne waar je terecht kan voor een natje en een droogje om deze 20 km lange wandeling af te sluiten.

 

Het Land van Herve ten voeten uit   Zinkviooltjes 

ETAPPE 2

Eynatten - Moresnet-Chapelle

In Eynatten tanken we bij de plaatselijke bakker in ons beste Duits 'ein Kaffee'. We bevinden ons in de rand van het Duitstalig landsdeel. De meeste bewoners spreken Platdiets, een Limburgs-Duits klinkend dialect.
Lans de Johannes de Doperkerk en het met een slotgracht omgeven Haus Amstenrath (begin 16de eeuw), lopen we naar een brug over de E40. Aan de overkant komen we terecht op een pad langs een beek. Niets laat vermoeden dat dit de prille Geul is, het Belgisch-Nederlands riviertje dat in wandelkringen alom geprezen wordt voor zijn schilderachtige loop. We zullen de Gölh/la Gueulle op deze tocht nog verschillende keren tegenkomen en volgen.

Het watertje blijft min of meer onze leidraad tot het gehucht Hauset (Schallenberg) en de Kupfermühle hoeve. Een veldweg klimt naar een plateau en na een weidedoorsteek daalt het door bos terug naar de Geul. Een bord vertelt dat we net over de Beschissenberg gelopen zijn. De vertaling mag je zelf invullen.
De geel-rode tekens sturen ons naar een al van ver zichtbare spoorwegbrug. Het is een van de vele bruggen op de HST-lijn naar Duitsland. Eenmaal over en onder de sporen doorgelopen dwarsen we in de beste GRP 563 traditie enkele weides. We komen uit bij het bevallig wit kapelletje van Astenet. Recht voor ons ligt het Schloss Thor. De wat middeleeuws aandoende toren dateert van 1733. Nu is het een hotel. Iets buiten Astenet ligt het Katharinenstift, een vroeger landgoed en klooster dat sinds 1994 een rust- en verzorgingstehuis is. De gebouwen vallen op door hun eenzame ligging midden het weidelandschap. He landgoed heette oorspronkelijk dan ook erg toepasselijk 'Weide'. Het traject blijft grasstappen.

Bij de ingang van een veldweg staat een paaltje met de afbeelding van een zinkviooltje. We naderen de Hohnbachvallei, een van de merkwaardigste stukjes natuur die ons land rijk is. Enkele jaren geleden waren we er in het voorjaar, en toen werden we verrast door het spektakel van de volop bloeiende wilde narcissen. Omdat de streek heel wat lager ligt dan de Hoge Venen begint de bloei er bijna een maand vroeger. Nu is het zomer, en dat is de tijd van het zinkviooltje. Het zeldzame gele bloemetje groeit van nature alleen maar in deze vallei en wat verderop langs de Geul. Voorwaarde is dat de grond zinkerts bevat, wat hier door de exploitatie in de 19de eeuw van de zinkmijn van La Calamine (Kelmis) volop het geval is.
Net omwille van die zinkmijn werd hier toen een uniek stukje Europese geschiedenis geschreven. Na de nederlaag van Napoleon raakten de mogendheden het maar niet eens over de toewijzing van het grondgebied waar de belangrijke zinkmijn lag. Als oplossing creëerden ze dan maar het ministaatje Neutraal Moresnet dat bestaan heeft van 1820 tot 1920. In de loop van die eeuw werd dit amper 3,44 km² grote lapje grond de kip met de gouden eieren voor het bedrijf La Vieille Montagne, een belastingparadijsje, een smokkelvrijplaats, een gokoord, en ei zo na de eerste Esperantostaat ter wereld.

Net voor Kelmis mondt de Hohnbach uit in de Geul. We volgen de nu al wat bredere rivier langs een pad dat vroeger een spoorlijn was die La Calamine verbond met Moresnet. Al vlug verschijnt het indrukwekkende, meer dan 1 km lange spoorviaduct van Moresnet. Het bouwwerk maakt deel uit van de IJzeren Rijnverbinding tussen de Antwerpse haven en Duitsland. Dagelijks denderen er zo'n 100 goederentreinen over. In Moresnet nemen we afscheid van de Geul. Nog een tweede keer onder het viaduct door en dan doemt het uitgestrekte Preuswald op. Door de rand van dit woud bereiken we na een tocht van 19 km het gehucht en bedevaartsoord Moresnet-Chapelle.

 

PRAKTISCHE INFO

De topogids GR 563 - Tour du Pays de Herve werd in het voorjaar van 2017 volledig vernieuwd en is beschikbaar in de webshop van groteroutepaden.be. De gpx-track is vrij te downloaden op grsentiers.org. Meer info en foto's vind je ook hier in de rubriek GR's in Wallonië (in voorbereiding).

 
 
 
Deze website gebruikt cookies. Sommige zijn noodzakelijk voor de werking van de website, andere helpen om de werking van de website te verbeteren en om bezoekers een betere surfervaring te bezorgen. Je kunt zelf beslissen of je cookies toelaat of niet. Bij weigering zou het kunnen dat niet alle mogelijkheden van de website functioneren.